De column van Koen en . . .

Van jou . . ?

Koen stelt deze pagina ter beschikking van alle leden die iets willen delen met de vereniging. In ieder geval hebben Bob en Bert enthousiast hun regelmatige medewerking toegezegd.

Je bijdrage kun je hier mailen.

Er zijn al eerder gepubliceerde columns
Deze zijn te vinden in het archief.

De kast

Er zijn wel eens van die momenten dat je denkt dat de hele wereld tegen je is. Dit is het beeld van een pessimist. Een optimist zou zeggen dat niet de hele wereld je kent. Zo´n moment had ik een paar weken geleden. Ik was vol vreugde dat ik eindelijk een keer tegen mijn gevreesde zusje mocht spelen. Sandra wil thuis nooit schaken (niet omdat ze bang is om te verliezen, maar als ze speelt verliest ze altijd) en dus was het voor mij ook best wel een verassing hoe de partij zou verlopen. Ondertussen werd mij de hele tijd geluk gewenst en hoopte men dat zij zou winnen. Volledig de omgekeerde wereld, wat ik natuurlijk gelijk afstrafte, ik won.

Zonder te diep op te partij in te gaan, is het toch even leuk om nog even te reageren op de openingenkennis. Omdat ze alles nadoet wat ik ook doe, speelt ze de Spaanse opening (oftewel 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5). Ik was zwart en stond dit toe, want het enige systeem dat ik heb, is dat ik altijd kort wil rokeren, mijn loper op b4/b5 zetten, en zo mogelijk mijn f-pion naar f4/f5 te schuiven. Maar in noodgevallen wil ik nog wel eens een opening uit mijn hoofd leren. Uiteindelijk opende ik met een andere zet, ´die ik normaal nooit deed!´, zei ze verontwaardigd.

Onverwachte zetten zijn soms goed, soms fout. Het is goed, omdat je tegenstander dan altijd langer na moet denken dan als je een normale zet zou doen. Aan de andere kant is een onverwachte zet misschien wel onverwacht, omdat deze fout is. Daarom wijk ik ook het liefst niet te vaak van openingen uit boekjes af. Ik won een tijdje geleden met een geslaagde (onverwachte) koningsaanval. Daarentegen ging de bondswedstrijd verloren omdat ik onverwacht mijn toren weggaf?

Ik moet nog de titel verklaren voor iedereen op 10 mensen na, die allen zich op de zaterdagmiddag bij de Stap 5 lessen bevinden. De kast is de geheimzinnige berging tegenover de garderobe, dewelke door de normale mens nooit gebruikt wordt. Onverwacht was echter, dat om mij nog steeds onduidelijke reden, slachtoffer T.K. opgesloten werd in deze kast. Nogal kinderachtig gedoe van kinderen, die beter wat meer fristi hadden kunnen nemen. Tegenwoordig is deze manoeuvre niet meer onverwacht, wat betekent dat als je irritant bent, je jezelf aan het einde van de les eenzaam terugvindt. De oplettende lezer ontdekt hierin een klein moraaltje: niet zeuren, maar gewoon vaak spelen, dan zijn er geen onverwachte zetten meer!

Aanstaande zaterdag (afhankelijk van de datum wanneer deze column ter drukke gaat) zijn de examens voor het neo-nieuwe talent, stap 1 tot en met 3. Examens zijn in dit opzicht ook weer zowel onverwacht als verwacht, omdat men de opgaven niet kent, maar gelukkig heeft men het hele jaar kunnen oefenen met het soort opgaven waarover gevraagd wordt. Ik voorspel 24 april dan ook een verdiende 3-0 voor de hardwerkende leerlingen!

Om het nieuwsoverzicht af te maken, vermeld ik nog dat door de zogenaamde zustermoord die ik gepleegd heb, de spanning in het aspirantenklassement (-17j) weer helemaal terug is, en ook de spannende strijd in het damesklassement is leuk om te volgen. Ik excuseer mij voor het feit dat ik mijn columns kwalitatief echt niet langer dan een A4´tje krijg en ik wens iedereen nog een paar weken heel veel schaaksucces!

Bert Hollander
24-04-2010


Het ontplooien van talent

In eerdere bijdragen aan deze column is al verscheidene malen opgemerkt hoeveel talent onze club herbergt. Dat wil ik in deze column niet ter discussie stellen; integendeel, ik stem er volledig mee in. Ik wil zelfs stellen dat iedereen op de vereniging veel talent heeft - hoewel niet iedereen zijn talent in gelijke mate heeft ontwikkeld.

Ten eerste is er natuurlijk het oudere talent, de talenten die al enkele jaren meedraaien en hun plaats in de competitie gevonden hebben. Hoewel deze personen vaak zeer getalenteerd zijn, kennen hun resultaten weinig progressie - al is het maar omdat ze zich in een spelersveld bevinden bestaande uit voornamelijk talenten. Hoewel iedereen het talent van deze spelers erkent, is reeds uitgekristalliseerd wat van deze talenten te verwachten valt: hun speelsterkte en resultaten zijn min of meer constant, weliswaar niet in een individuele partij, maar wel in de competitie als geheel.

Interessanter is het nieuwe talent, en doorgaans is het nieuwe talent eveneens het jonge talent. De speelsterkte en resultaten van spelers in deze categorie zijn veel moeilijker in te schatten, vooral omdat deze talenten volop in ontwikkeling zijn. Ze worden met het seizoen beter, en sommige zelfs met de week. Oudere talenten zitten niet zelden trillend als rietjes tegenover de jonge talenten, juist omdat de jonge talenten zo onberekenbaar zijn. Een strategie of val die vorig seizoen tegen het jonge talent nog zijn vruchten afwierp, kan dit seizoen niet alleen niet werken, maar zelfs genadeloos worden afgestraft.

Het verschil tussen het oude talent en het jonge talent is dat het jonge talent nog groeiende is, terwijl de progressie van het oude talent min of meer is gestagneerd. Het jonge talent ontplooit zijn talent, terwijl het talent van het oude talent ofwel al volledig ontplooid is ofwel nooit volledig tot ontplooiing is gekomen. Maar het oude talent was ooit jong talent: deze schakers ontwikkelden zich en deden, bij hun opkomst, de oude garde baden in het oude zweet. En al het jong talent wordt ooit oud talent: de ontwikkeling houdt ergens op, en zowel de speelsterkte als de resultaten stabiliseren.

De vraag is alleen hoe snel de ontwikkeling ophoudt. Bij sommige talenten is de ontplooiing gestagneerd toen ze bij het Pionnendiploma en passant slaan moesten leren. Anderen winnen zelfs, in een simultaanpartij weliswaar, van de regerend Nederlands kampioen, om vervolgens een enorme terugval te beleven. En in veel gevallen waar onmiskenbaar veel talent aanwezig is, vallen de resultaten erg tegen. Talent is dus niet alles: talent moet ook geactualiseerd worden, ontplooid. Een belangrijke zorg van een schaakvereniging moet dan ook zijn dat de stagnatie van de actualisering van talent zo lang mogelijk wordt uitgesteld.

Omgekeerd zijn er ook gevallen bekend van schakers die weinig talent hebben maar desalniettemin goede resultaten behalen. Deze schakers hebben misschien niet veel talent, maar ieder beetje talent dat ze hebben wordt benut. Ikzelf behoor tot deze categorie. Zo kan men met weinig talent nog vrij ver komen, zolang men zijn beetje talent maar goed gebruikt.

Het gaat dus niet alleen om het hebben van talent, maar ook om het ontplooien van het talent dat men heeft. Over het hebben van talent kan ik niet veel zeggen - men wordt nu eenmaal met een meer of minder grote dosis schaaktalent geboren, daar kan ik niet veel aan veranderen. Een suggestie voor de toekomst is wel dat men zich slechts voortplant met partners met een grote hoeveelheid talent. 'Survival of the most talented', zo te zeggen. Wel kan ik uitweiden over het verwezenlijken van talent, hoe gering dat talent ook is, waarin ik immers ervaringsdeskundige ben. Ik zal in het vervolg van deze editie van de column dus een aantal tips geven om uw talent beter te benutten.

Mijn eigen talent is zonder twijfel voornamelijk ontwikkeld door het schaken met Bob. Terwijl we eigenlijk kranten moesten bezorgen, zaten we soms uren te snelschaken, tot de verontwaardigde telefoontjes van NRC- of Paroolabonnees ons de deur uit dreven. Mijn eerste suggestie, als ervaringsdeskundige, voor het ontplooien van talent, is dus veel met Bob te gaan schaken. Bij mij werkte dat voortreffelijk. Helaas is Bob tegenwoordig nogal druk, dus zal het u moeilijk vallen met Bob de uren schaakpraktijk te bereiken die ik met hem heb beleefd. Een alternatief is uw eigen Bob te vinden. Bij voorkeur is een Bob iemand waarmee u veel kunt schaken en die, zeker in het begin, sterker is dan u zelf bent. Van een speler die sterker is dan u zelf bent leert u zonder twijfel meer dan van een zwakkere speler of zelfs één van uw eigen niveau.

Een tweede suggestie is - ik durf het nauwelijks te zeggen - af en toe een schaakboek open te slaan. Veel van onze aanstormende talenten bestuderen momenteel Stap 5, en dat legt hen geen windeieren - de vooruitgang in hun spel is onmiskenbaar. In Stap 5 leren ze met name nog sterker combineren en leren ze spelplannen te ontwikkelen. In het stappenplan wordt weinig aandacht aan de opening geschonken, en ook positiespel blijft wat onderbelicht. Toch zou mijn advies aan de aanstormende talen zijn, dat ze zich vooral op sterk combineren moeten richten, en daarbij lekker aanvallend moeten spelen. Als je lekker aanvalt en goed kunt combineren, kun je ver komen, zelfs als je positiespel wat zwakker is. Misschien is het wel aan te raden een opening te leren waarvan uit je flink aan kunt vallen - bijvoorbeeld het koningsgambiet. Ook oudere talenten wil ik aanraden veel te oefenen met combineren. De oefenmaterialen die Cees op de website heeft gezet, en die hij nog steeds aan het uitbreiden is, zijn hiervoor ideaal. Maak iedere dag eens een paar puzzels hiervan, en je merkt dat je speelsterkte vooruit gaat. En het is nog leuk ook!

Ten derde is het goed af en toe een toernooi te spelen. Dan heeft men extra oefening, en oefening baart kunst. Het zou leuk zijn af en toe een toernooi met meerdere clubtalenten naar een toernooi te gaan - dan is een toernooi niet alleen extra leerzaam, maar ook extra leuk. Hier ligt een taak voor de trainers: in de gaten te houden wanneer er geschikte toernooien plaatsvinden, en de deelname van onze talenten aan geschikte toernooien stimuleren en coördineren. Alles voor de ontwikkeling van talent!

Ten vierde is het, als je echt goed wilt gaan schaken, aan te raden als een kluizenaar door het leven te gaan: geen drank gebruiken, geen relatie en zeker geen vier kinderen nemen, op tijd naar bed gaan. Bij voorkeur niet gaan studeren buiten de schaakstudie om. Dit lijkt radicaal, maar het is de levenswijze van de meeste topschakers. Schaken is niet saai, maar de meeste topschakers zijn dat wel. Voor de meeste van hen is hun levenswijze eigenlijk helemaal geen keuze.

Dit zijn tot dusverre mijn suggesties. Men kan voor zichzelf beslissen in hoeverre men mijn suggesties op wil volgen. Ik ben zeer benieuwd hoe het talent op onze club zich verder zal ontplooien naar aanleiding van mijn suggesties. Als één van onze talenten nog eens naam gaat maken in de schaakwereld hoop ik dat dit talent mij en mijn waardevolle suggesties niet vergeet.

Koen Kramer
17-04-2010


The Road not Taken

Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;

Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim
Because it was grassy and wanted wear,
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I marked the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I,
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.


Robert Frost

Vaak schrijf ik mijn stukken over zaken gerelateerd aan het schaken. Koen heeft al eens wat tips gegeven over psychologie, talent en inspiratie. Echter nooit een inhoudelijk stuk. Nu bij deze de primeur: De Bird opening.

In het verleden heb ik me schuldig gemaakt aan het leren van varianten van 10, soms zelfs 15 zetten in diverse openingen als het siciliaans en het koningsgambiet. Een alternatief is om in de opening een aantal regels in acht te nemen:
- probeer het centrum te pakken
- ontwikkel de lichte stukken
- koning in veiligheid
- geen zwakheden in de pionstructuur
- dame niet te vroeg eruit gooien
- enzovoorts

Maar zelfs met deze regels in het achterhoofd is het mogelijk in een of ander "grapje" (want zo grappig is het niet als u het slachtoffer bent) te trappen.

Al in eerdere stukken is aangestipt dat ook het spelen van een systeem voordelen kan bieden aan hen die zich niet willen vermoeien met het stampen van lange reeksen openingszetten. Voor deze laatste optie heb ik gekozen zonder de regels hierboven uit het oog te verliezen.

Tegenwoordig heb ik een paar systemen die ik hanteer: met wit de Bird en met zwart koningsindische systemen. De systemen hebben een aantal overeenkomsten, maar ook een paar verschillen. De Bird begint met f4 en afhankelijk van de zetten van de tegenstander zal ik vaak een opstelling aannemen met g3, d3, Pf3, Lg2, 0-0, De1 en als het even kan Pc3 gevolgd door e4. Met koningsindische systemen zal ik met zwart eenzelfde opstelling beogen. Echter kan na e4 zwart niet antwoorden met f5 (het is in ieder geval zeer dubieus). Daarom transponeer ik vaak via Pirc (d6) of nog vaker koningsfianchetto (g6) naar een opstelling waar ik op enig moment f5 en e5 probeer door te drukken.

De titel verraadt het enigszins, ik ga het vooral over de Bird hebben. Veel boeken en schrijvers zijn zeer kritisch over deze openingszet. Echter met zwart is de hollandse opening (1. d4 f5) volledig geaccepteerd. De zelfde opening met een tempo meer wordt echter verguisd. Dit is mijns inziens niet terecht.

De Bird heeft een groot aantal mogelijkheden waarvan ik, de opstelling verraadde het al, een Leningrad Bird speel. De hoofdvariant gaat als volgt: 1.f4 d5 2. Pf3 g6 3. g3 Lg7 4. Lg2 c5 5. 0-0 Pf6 6. d3 0-0 7. c3 Pc6. Zelf probeer ik c3 te vervangen door Pc3, omdat het iets actiever is (ik weet overigens niet of het goed is). De pionzet heeft echter als voordeel dat zwart niet makkelijk met Pb4 kan komen na De1. In het verleden heb ik c3 ook met succes gespeeld, maar het is net even langzamer. Het is veeleer een kwestie van smaak en deels van de zetten van de tegenstander.

Een variant die niet gevaarlijk is, maar wel gekend moet worden door de witspeler is "the recipe". Dit gaat als volgt: 1. f4 d5 2. Pf3 Pf6 3. g3 Pc6 4. Lg2 Lg4 met het idee Lxf3 gevolgd door e5. Hier hoeft wit niet bang voor te zijn. De witspeler kan gewoon 0-0 spelen en zelfs terugslaan met Txf3. Het idee is dat na 5. 0-0 Lxf3 6. Txf3 e5 7. xe5 Pxe5 8. Tf5 genoeg druk ontstaat op de d5 pion.

Het bovenstaande lijkt al weer op theorie. Bijna alle varianten kunnen echter met wisseling van zetten goed gespeeld worden. Hiermee blijft het een relatief makkelijke opening om te leren. Uiteraard is het mogelijk om de theorie beter te leren en daarmee betere resultaten te halen. Het is ook mogelijk om een tegenstander tegen te komen die het weer net even beter weet, maar de kans is weer kleiner dan bij de meer reguliere openingen.

Bijna alle zwartspelers zullen een antwoord spelen met d5. Bijna alle alternatieven zullen via transponering eindigen in varianten die ook met d5 konden beginnen, bijvoorbeeld via b6 of g6. Toch is een antwoord nog het vermelden waard: het From's gambiet. De zwartspeler antwoordt in dit geval met e5 en offert zijn e-pion op voor activiteit. Deze lijnen kunnen worden voorkomen door met e4 over te gaan in het koningsgambiet. Ik geloof echter dat deze varianten zodanig slecht zijn voor zwart dat ik de uitdaging altijd aanga. Hiervoor is echter wel een goede kennis nodig van deze opening, anders gaat de witspeler hopeloos ten onder.

In dit stuk zal ik de twee hoofdvarianten behandelen: de Lasker-variant en de Mestel-variant. Ik zal niet teveel de diepte ingaan, anders ontkracht ik de term systeem en begint het weer te lijken op theorie. Zelf vind ik overigens de varianten zodanig scherp dat het vermakelijk is om het een keer grondiger te bestuderen.

De Lasker-variant gaat 1. f4 e5 2. xe5 d6 3. xd6 Lxd6 4. Pf3 (anders volgt 4. ... Dh4+ 5. g3 Dxg3 6. xg3 Lxg3 mat) g5. De dreiging zit in g4 waarna het paard weg moet en de eerder genoemde matdreiging wederom aan bod komt. Een vervelende dreiging, maar gelukkig kan wit vrij makkelijk 5. g3 spelen. De hoofd variant gaat verder met 5. ... g4 6. Ph4 Pe7 7. d4 Pg6 8. Pxg6 hxg6 9. Dd3 Pc6 10. c3 (geen 10. Pc3, want dan volgt Pxd4 11. Dxd4 Lxg3+ met damewinst) Lf5 11. e4 De7 12. Lg2 0-0-0 13. Le3. Na bijvoorbeeld 13. ... Tde8 14. Pd2 Txh2 15. Txh2 Lxg3+ 16. Ke2 Lxh2 18. xf5 staat wit een stuk voor. Dit is geen gedwongen variant, maar geeft wel aan dat de dreiging met Txh2 geen goed plan is.

De Mestel-variant is meer behoudend en biedt betere kansen aan de zwart speler. Ik ga de scherpste variant laten zien plus een variant die ik zelf veel tegenkom. De Mestel-variant gaat 1. f4 e5 2. xe5 d6 3. xd6 Lxd6 4. Pf3 Pf6 5. d4 en nu heeft zwart meerdere opties. De scherpste variant gaat 5. ... Pg4 6. Dd3 en nu lijkt zwart op twee manieren een pion te kunnen winnen op h2. Echter beide varianten verliezen juist een stuk voor zwart. Na 6. ... Pxh2 7. Pxh2 Dh4+ 8. Kd1 Lxh2 9. Pd2 zal zwart altijd de loper op h2 verliezen. Indien zwart kiest voor 6. ... Lxh2 7. Pxh2 Dh4+ 8. g3 Dh5 9. De4+ Le6 10. Pxg4. Let op: door De4+ staat de toren ook weer gedekt. Naast de scherpe variant Pg5 wordt ook vaak gekozen voor 5. ... 0-0. In dat geval heeft wit meerdere keuzes, maar de keuze die ik prefereer is 6. e4 (een tegengambiet!) Pxe4 7. Ld3 Te8 8. 0-0 Lg4 9. Lxe4 Txe4 10. Dd3 Lxf3 Dxf3 en zo verder. Hier zitten echter ook een hoop vertakkingen in. Naast het tegengambiet is 6. Lg5 een goede voortzetting voor wit.

Het is uiteraard van belang deze varianten te kennen indien wordt gekozen de From te spelen. Het alternatief is het koningsgambiet en ik kan u verzekeren dat daar minstens zoveel theorie voor nodig is. Echter in een lange partij zijn weinig spelers te vinden die het aan durven met zwart de From te spelen. Indien u kiest de Bird opening te spelen is het echter essentieel ook door deze zijvarianten levend heen te kunnen komen.

Voor degenen die toch wat angstig zijn geworden van de hierboven gepresenteerde varianten is ook altijd te optie om gewoon g3 te spelen en via voorbereidende zetten tot e4 en f4 te komen. Zelf wil ik echter zo min mogelijk wachten met het spelen van f4. Het is een mooie zet om uit de klauwen te blijven van de gebaande paden. "I like to travel the road less travelled." Misschien is het in dat licht misschien zelfs leuker om de From niet eens aan te nemen, maar door te gaan met Pf3 en e4 in plaats van xd6. Ik kan u verzekeren dat zowel theorie als tegenstander hier niet veel van weten.

De Bird is in ieder geval een speelbaar systeem en vergt minder theoretische kennis dan openingen als e4 en d4. Ik hoop u met deze uiteenzetting op nieuwe ideeën en inspiratie te brengen.

Bob Stolp
09-04-2010


Schaken als een trein

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een behoorlijke treingek ben. En zo kwam het dat ik laatst in treinen ten zuiden van de grote rivieren zat. In de eerste trein zaten twee oudere dames tegen elkaar te praten. Het waren net typetjes. Hardop het cryptogram van het Limburgs Dagblad oplossen. Daarna tenminste een goed gesprek: "Hed ge 't geheurd, in België zijn bijna weer twe treinen op mekaar gebotst, het is ook altijd wat met die Belgen." "Nou, ze zijn tenminste wel altijd sympathiek, dat is met Nederlanders wel anders!" "Daar ben ik ´t nie mee eens!", zei de mevrouw links iets te nors (!)

Ik durf hier geen uitspraken over te doen. Hoewel Nederlanders wereldkampioen zeuren zijn, schaak ik toch altijd met veel plezier tegen ze. Maar op internet kan ik ook goede gesprekken voeren met Spanjaarden, Australiërs en zelfs Amerikanen.

Terug naar mijn reis, waar ik overstapte op een treintje van de duivelse maatschappij Veolia. Naast me zat een moeder met kind (hooguit twee jaar oud): "Moet die meneer niet instappen?" "Nee jong, de deuren zijn al dicht. Kiek, de trein rijdt alweer." "Pech. Te laat!" was de gevatte uitspraak van het kind. Toen dat tot me doordrong, zat ik met het vervelende idee dat dit eigenlijk de laatste tijd vaak mijn gedachte is tijdens een schaakpartij. Ik had het bedachte plan twee zetten eerder uit moeten voeren. Helaas, nu heeft de trein al teveel vertraging. De trein van de tegenstander mag voorlangs en komt eerder op station 'Winst' aan. Volgende keer beter, dit partijtje is verloren.

Schaken en treinen is als water en siroop: het mengt prima met elkaar. Zo heeft vertegenwoordiger van Bekend schakend Nederland Tim Krabbé vorig jaar nog een aantal partijtjes tegen normale mensen gespeeld. In de trein.

Schaken is ook een spel van het positivisme. Anders komt er niks van het aanvallen terecht, je moet altijd ergens op kunnen hopen. Soms stap ik zo negatief een spel in, dat wanneer ik met zwart speel, ik mezelf zie als een machinist van een trein die al vanaf zijn vertrekpunt vertraging heeft. Als het tegenzit, heb ik onderweg ook nog eens lastige passagiers mee, waardoor de concentratie helemaal ver te zoeken is. De trein gaat onderweg kapot.

Gelukkig ben ik ook wel eens in een Thalys geweest, die me binnen het half uur naar station ´Winst´ bracht. Het wordt helemaal fijn, als ik vlak voor het einde ook nog even met een wagonnetje mag combineren. Het keihard afstraffen met een combinatie zou - ik ben het eens met de andere columnisten - beloond moeten worden met 2-0.

En dan nog de categorie waarbij je urenlang in een trein kan zitten, met geen station in zicht. Dan weet je het wel: je krijgt geen station te zien, maar wordt samen met de andere trein rechtstreeks naar de remise weggerangeerd. Afhankelijk van de situatie is er misschien nog een lange weg naar huis te gaan.

In dit geval zijn er twee even lange treinen met elkaar het strijdtoneel opgereden. Maar ja, soms kom je treinen tegen met zoveel sterke motoren, daar valt niet tegen op te boksen. Het enige wat je dan kan doen, is je trein nog eens flink op te poetsen, en zonder remmen je in de strijd te werpen.

Bert Hollander
27-02-2010


Schaken is kunst

Wikipedia stelt dat schaken een spel is tussen twee spelers. Met een dergelijke omschrijving wordt schaken echter te kort gedaan. Anatoly Karpov zei ooit: " Chess is everything: art, science and sport." Dat het een sport is blijkt uit het competitieve element in het spel. Met wetenschap zijn de laatste jaren ook vorderingen gemaakt, zeker als we kijken naar de opkomst van de computers. Karpov begint echter met kunst. Maar wanneer is schaken kunst?

Kunst is een expressie van mens of kunstenaar. Het doet vaak een beroep op het gevoel en esthetiek. Kunst heeft de vooropgestelde bedoeling de geest en zintuigen te prikkelen. Al deze zaken zijn natuurlijk subjectief, maar wel herkenbaar voor velen. Hoeveel mensen bewonderen wel niet de grote avonturen op schermen bij het Corus toernooi?

Bekende partijen die iedereen vol verwondering zullen naspelen zijn genoeg te vinden in de lange geschiedenis van het schaken. De Onsterfelijke partij tussen Adolf Anderssen en Lionel Kieseritzky. Anderssen offert een dame en twee torens om de winst binnen te slepen. De Opera partij tussen Paul Morphy en twee sterke amateurs (consultatieschaak). Ook in deze partij wordt op stijlvolle manier veel materiaal geofferd om het punt binnen te halen. Deze partijen zijn voorbeelden van de romantische periode waarin zij zijn gespeeld. Typerend is het offeren van veel materiaal. Offeren wordt door veel schakers nog steeds gezien als een esthetisch manier om te winnen. Het summun is uiteraard het dameoffer.

Ook in de recentere geschiedenis van het schaken komen mooie partijen voor. Deze partijen zijn vaak minder spectaculair dan de eerder genoemde partijen. Niet in de laatste plaats doordat het niveau van de schakers is gestegen. Sommige partijen zijn juist heel subtiel.

Een voorbeeld van een bekende partij met weinig offeren (in vergelijking met de eerder genoemde partijen) is 16e partij van het wereldkampioenschap 1985 tussen Karpov en Kasparov. In deze partij laat Kasparov met zwart zien hoe sterk een paard op het veld d3 kan zijn. Het paard kreeg de naam "de octopus". Meer recent offerde Kasparov in Wijk aan Zee een toren. Dit offer kwam helemaal uit de lucht vallen en is door sommigen de diepste combinatie van een menselijk speler benoemd. Kaparov noemde deze partij zijn beste prestatie uit zijn schaakcarrière. De partij is omgedoopt tot de parel van Wijk aan Zee.

Natuurlijk zijn alleen wereldkampioenen en wereldschakers genoemd in deze lijst van partijen. Dit betekent niet dat we op onze club geen kunst kennen. Iedereen die het schaken enige tijd beoefent, kent partijen waar hij trots op is. Voor mij persoonlijk zijn dat niet noodzakelijk de partijen die ik snel win. Tegenwoordig maak ik er een sport van om partijen eerst slecht te beginnen om te eindigen met een half of zelfs heel punt. Dit zijn nauwelijks partijen waar ik trots op kan zijn. In deze partijen moet ik me vastklampen aan een paar redelijke momenten.

In de column "Winnen is winnen" wordt terecht aangegeven dat de score niks zegt over de kwaliteit van de partij. Een van de partijen waar ik (tot op zekere hoogte) trots op ben staat reeds op de site. De combinatie maakt het einde spectaculair. Het is overigens niet de zet zelf, maar het idee dat erachter zit. Het was van tevoren bedacht en prikkelde in ieder geval mijn geest. Mikhail Botvinnik noemde schaken "the art of analysis". Dit zou mijns inziens vooraf moeten. Soms blijkt achteraf pas hoe goed een zet was. Dergelijke partijen geven mij niet dezelfde voldoening.

Misschien erger dan goede zetten achteraf is winnen met een niet correcte combinatie. Wilhelm Steinitz heeft ooit gezegd: "A win by an unsound combination, however showy, fills me with artistic horror." Hier spreekt een ware purist. Het gevoel dat erachter zit is dat je zelf niet zo goed speelt, maar de ander zo slecht. Natuurlijk is het punt belangrijk, maar de manier waarop dat punt tot stand komt maakt de kunst in het schaken.

Momenteel heb ik nog een partij die ik wil aanleveren voor de site. Op deze manier kunnen andere spelers genieten (of juist niet) van mijn kunst. De partij heb ik zelfs een naam gegeven: De parel van Heiloo. Graag zie ik ook partijen van anderen op site.

Bob Stolp
20-02-2010


De door Bob genoemde partijen kun je hier naspelen.



Examen

Ik heb kritiek gekregen van beide lezers van mijn vorige column (mijn ouders), wegens te onduidelijk. Daarom besloot ik nu een nog vager onderwerp te kiezen: het examen. Dit lijkt namelijk verdacht weinig met schaken te maken te hebben, hoewel er natuurlijk de jaarlijkse schaakexamens bestaan. Maar net als de echte examens waren deze in mei, dus is dit ook nog eens een gedateerd onderwerp. Heb ik nog inspiratie? Iets actueels en schaakgerelateerd . . . Druk!

Dit slaat eigenlijk nergens op. Maar, voor en tijdens examens heb je last van een hoop druk. En ook drukte trouwens. Het slaat ook op de altijd gezellige schaakvrijdagavond. Met het enorme aantal onrustige jongeren noem ik - en vele met mij - het druk. Laat staan de partij zelf. Of het nu een toppartij of een keldertoppartij is, bij beide spelers zijn meestal erg nerveus. Want er rust toch een behoorlijke druk op de schouders. Dan begint de partij met . . . juist: een stevige handdruk. Tijdens de partij zijn het vooral de zweetdruppels die geen last van druk hebben, ze rollen met bosjes over het gezicht heen.

Maar: vergeet niet de klok in te drukken! En zorg wel dat je dat op tijd doet, dan hoef je niet veel angst te verdrukken. En tenslotte het einde van de partij, als de verliezende koning letterlijk onder de druk bezwijkt; hij gaat er verstandig bij liggen. Dan valt alle druk weg, of niet? Nee. Na de partij beginnen lever en bierviltjes onder druk te staan, en pas na twaalven ligt alleen het hoofdkussen er wat bedrukt bij. Dat wordt opdrukken de volgende ochtend.

Wat een drukke column. De moraal van het verhaal: hoeveel keer viel het woord ´druk´ te lezen? Nee, niet tellen joh! Maak je niet druk!

Bert Hollander
13-02-2010


Openingen

Openingen zijn van groot belang. Dat geldt ook in schaken. En schakers beseffen zich vaak maar al te goed hoe belangrijk openingen zijn. Er is zelfs een klasse van schakers die uitsluitend in openingen geinteresseerd zijn - voor deze schakers is de opening niet slechts voorspel, maar ook hoogtepunt. Schakers van deze klasse kennen vaak een opening zoals het Siciliaans of het Spaans tot in de puntjes: soms kennen ze wel 25 zetten theorie, en ook zijvarianten.

Tegen schakers van dit slag is het doorgaans lastig spelen. Met goede moed speelt men een opening waarvan men een paar zetten kent, niet vermoedend dat de tegenstander een soort wandelend theorieboek is betreffende deze opening. In feite speelt men dan, zolang men zich in theoretisch uitgewerkte varianten bevindt, tegen de hele verzameling grootmeesters en computerprogramma's die aan de ontwikkeling van deze opening hebben bijgedragen. En daar zit men dan als clubschakertje, tegen een theorieboek te spelen. De enige hoop die men nog heeft is dat men niet strak verloren uit de theorie weet te geraken, om eindelijk de schaker van vlees en bloed te treffen die achter het bord zit. Dan pas kan het schaken beginnen, en blijkt niet zelden dat de openingstheoreticus verder nauwelijks kan schaken. Maar niet zelden hebben ze vanuit de opening een dusdanig voordeel behaald dat ze makkelijk spel hebben. En zo kan het dus gebeuren dat men van een iemand verliest wiens cognitieve prestatie voornamelijk bestaat in het raadplegen van de openings-database die in zijn hersenen is opgeslagen.

Verliezen is al vervelend, maar verliezen van iemand die geen van zijn zetten zelf bedacht heeft, verliezen zonder dat er echt geschaakt is, is wel erg onbevredigend. Je bent immers naar de club of een toernooi gekomen om de gedachtenkrachten te meten met een andere feilbare clubschaker, maar daar komt het niet van omdat uw tegenstander winnen belangrijker vindt dan schaken. Op deze wijze bedreigen de goedbedoelde openingsboekjes het echte schaken.

Gelukkig kunt u zich tegen de openingstheoretici wapenen. Een eerste mogelijkheid is natuurlijk de theorieboekjes nog grondiger te bestuderen dan uw tegenstanders, zodat u de theoretische varianten met de openingstheoreticus mee kunt spelen. Het minste erge hiervan is nog dat dit enorm veel tijd kost, tijd die de gemiddelde clubschaker, niet geheel onterecht, niet in schaken wil investeren. Veel erger is dat u zelf een schaker van dit slag wordt - u verwordt tot datgene wat u het meest veracht en haat: een boekjesschaker, een wandelde schaak-database, een varianten-vat. Zo helpt u mee aan de ondergang van het menselijke in schaken. U bent in feite door de openingsmachine geusurpeerd: 'We are the Grob. You will be assimilated.'

Een betere mogelijkheid is de openingstheorie in uw partijen zo veel mogelijk te ontwijken. U probeert dan partijen op te zetten op een wijze die niet in de boekjes wordt behandeld. Maar ook aan deze strategie kleven nadelen. Ten eerste geldt tot op zekere hoogte dat men de theorie moet kennen om deze theorie te kunnen ontwijken. Anders kan men bijvoorbeeld denken met een bepaald zetje de theorie te ontwijken, terwijl die zet in de openingstheorie juist uitvoerig behandeld wordt. Ten tweede geldt dat openingen die in de boekjes echt niet behandeld worden, ook gewoon echt slecht zijn. Je neemt dan dus een groot risico door echt alle theorie te willen ontwijken.

De beste mogelijkheid is misschien een systeem te spelen. Een systeem is niet echt een opening maar meer een plan voor de ontwikkeling van je stukken, zonder dat je aan een bepaalde zetvolgorde gebonden bent, of dat de specifieke zetten van je tegenstander heel veel verschil maken voor jouw eigen spel in de opening. Meestal blijven systemen redelijk gesloten stellingen, zodat er niet snel combinaties in de stelling komen en men in de opening niet snel een echte blunder begaat. Men moet zelf wel wat begrip hebben van de systemen die men speelt, want vaak doen de systemen in eerste instantie wat onnatuurlijk aan. Men moet het plan achter de systemen begrijpen. Maar als men geruime tijd hetzelfde systeem speelt, heeft men al heel wat meer ervaring met dat systeem dan de meeste tegenstanders die men treft. En hoewel er heus wel theorie is betreffende systemen, is deze theorie meer beperkt en is het minder noodzakelijk deze theorie tot in de puntjes te kennen. Het is meer van belang de algemene plannen van een systeem te kennen dan allerlei nuances wat betreft zetvolgorde en combinaties. Zo kan men aan een systeem een openingsplan hebben dat veelzijdig is, flexibel, theoretische varianten vermijdt en weinig voorbereidingstijd vereist. Voorbeelden van systemen zijn bijvoorbeeld De Leeuw, koningsindische systemen, en dame-indische systemen. Misschien zal ik over een tijdje een column schrijven over mijn favoriete systeem, speelbaar met zowel wit als zwart, zodat u eens kunt kijken of een dergelijk systeem bij u past.

Een leuke ontwikkeling is ook dat er allerlei schaakvarianten opgeld doen die geënt zijn op het ontwijken van openingstheorie. Ik denk hierbij met name aan Fischer Random Chess en Chess 960. Bij deze varianten op het gewone schaken geldt een andere beginopstelling, welke op toevalsbasis wordt bepaald. Je database van partijen met het siciliaans kan dus de prullenbak in, want de kans dat de gebruikelijke beginopstelling wordt gegeneerd is klein. Op deze manier wordt openingstheorie uitgeschakeld, zodat de schakers als schone leien achter het bord plaatsnemen en een werkelijke krachtmeting kan ontstaan tussen schakers van vlees en bloed.

Op onze club wordt helaas nog weinig aandacht aan deze varianten besteed. Daar moet wat mij betreft verandering in gebracht te worden. Mijn voorstel zou zijn om een paar keer per seizoen een aantal korte partijen (rond de 20 minuten) Fischer Random of Chess 960 te spelen, en hier een kleine competitie van te maken. Momenteel hebben we een dusdanig kort seizoen (ook vergeleken met andere verenigingen) dat we gerust nog een paar van die avonden in kunnen passen. Bij deze nodig ik het bestuur en de leden uit dit plan te bespreken. Wie het niet met dit plan eens is, is vermoedelijk een stiekeme openingstheoreticus die bang is ontmaskerd te worden.

Koen Kramer
06-02-2010


De columns

Op deze pagina staan de columns geschreven door clubleden van SV Vredeburg.