De column van . . .

Van jou . . ?

Deze pagina staat ter beschikking van alle leden die iets willen delen met de vereniging. In ieder geval hebben Koen, Bob en Bert enthousiast hun medewerking toegezegd.

Je bijdrage kun je hier mailen.

De al eerder gepubliceerde columns
zijn te vinden in het archief.

Negenhonderdzestig

De vrijdag voor kerstavond hebben wij het altijd gezellige kersttoernooi. Dit is over de hele wereld bekend, want zogauw je een Engelssprekende uitlegt dat je varianten als Knight In The Pocket speelt, zijn ze allemaal verkocht. Het is een traditie die in stand moet worden gehouden. Maar zo eens in de tijd doemt er wel eens een leuk, nieuw variantje op. Het mooiste is, dat dit soort variantjes niet teveel afwijken van het normale schaak, zodat het nog enigszins te begrijpen is met wat bier en lekkere hapjes achter de kiezen.

Een daarvan is de grote broer van de tweeling die we al kennen: de Torens-wisselen-met-dame-en-koning, en natuurlijk de Paarden-en-lopers-verwisselen, niet te verwarren met paarden die als lopers lopen. Schaaklegende Bobby Fischer bedacht een jaar of vijftig geleden echter zijn eigen Fischerrandom schaak, bij mij beter bekend als 960-schaak, of Chess 960 op websites. Het idee is dat je gewoon schaakt, alleen staan alle stukken op de onderste rij op een willekeurige plaats. Je hebt er vast al eens van gehoord, of het aan den lijve ondervonden - wat geen straf is.

De 960 komt van het aantal mogelijkheden waarop je deze acht stukken neer kan zetten. De wiskundige in mij stribbelde nog wat tegen, immers, normaal kun je acht dingen op 8! (lees: acht faculteit = 8x7x6x...x1) manieren rangschikken. Maar niet iedere opstelling is mogelijk. De witte loper heeft namelijk maar 4 velden, de zwarte loper ook 4. Dan heeft de dame nog 6 velden over. De twee paarden hebben dan nog vijf velden om zich over te verdelen, dat kan op 10 manieren. Tenslotte hebben we de toren, de koning en de toren, in die volgorde. Daar kom ik later op terug. Dat kan nog maar op één manier, en als je alle mogelijkheden vermenigvuldigd, kom je uit op - je raadt het al - 960.

Natuurlijk is onze klassieke opstelling er eentje van. Je begint dus eerst met de stukken van wit willekeurig neer te zetten, en zwart op dezelfde manier. De pionnen blijven gewoon op hun plaats. Maar het leukste van alles is, en dat is niet bij velen bekend: je mag ook gewoon rokeren. Ook als de koning en toren naast elkaar staan, of heel ver uit elkaar. Zie bijvoorbeeld het plaatje. In jargon krijgt de korte en de lange rokade ineens een heel andere betekenis. De rokade zelf is erg simpel: na de rokade staan de koning en toren net als bij gewoon schaak. In het plaatje kan wit dus als eerste zet 1.0-0 doen! Hij verwisselt dan de koning en toren van plek. Bij de lange rokade moeten eerst het paard en de twee lopers weg, en dan speelt wit de "lange" rokade door naar c1 met de koning te gaan, en dan naar d1 met de linkertoren.

Je ziet het: er is een heel nieuw schaakspel ontstaan (tenzij je toevallig de gewone startpositie hebt gekozen). Voor sommigen is het een voordeel dat alle openingstheorieën wegvallen. Het heeft geen zin meer om een Franse opening te spelen. Het strategisch onderdeel wordt veel groter. Kijk maar, normaal zijn er de bekende zwakke punten, en staan alle pionnen keurig verdedigd. Maar in het voorbeeld zie je dat de h-pionnen ongedekt staan, een nieuw aanvalsdoel dus.

Het is weer eens wat anders, maar daarom niet minder grappig om eens in een kerst- of paastoernooi uit te proberen. Je hebt er wel minimaal vijf minuten voor nodig, maar het kan, net als paard in de zak, hele leuke resultaten opleveren. Dan houden we het snelschaaktoernooi over voor meer serieuze zaken.

Bert Hollander
3 dec 2012


Hoogverraad

Al jaren vertoont mijn presentie bij Vredeburg een dalende trend; mijn beperkte aanwezigheid bij bondswedstrijden is echter nieuw. Waar ik vorige jaren nog bewust ruimte in mijn agenda schiep voor wedstrijden met clubbelang, en zo ieder jaar nog 5 à 6 externe partijen speelde, heb ik dit jaar slechts tweemaal de clubeer verdedigd.

Het zou makkelijk zijn dit aan overige 'verplichtingen' te wijten: zoals de dames óp het bord vaak van doorslaggevend belang zijn in de beslissing van de partij, zo zijn de dames náást het bord immers van doorslaggevend belang in de beslissing of er Überhaupt een partij zal plaatshebben. (Overigens wordt vaak vergeten dat de krachteloosheid van de mannelijke tegenpolen in beide gevallen de grootste boosdoener is.) Het is echter primair mijn verhuizing die mijn absentie verklaart.

In het eerste jaar van mijn studie, zo'n 8 jaar geleden, ben ik van Limmen naar onze hoofdstad getrokken, met een directe daling van aanwezigheid bij Vredeburg tot gevolg. Per maart j.l. heb ik Amsterdam echter verlaten voor de Europese Jazzhoofdstad, Amersfoort City. Het behoeft geen toelichting dat de drempel om bij Vredeburg te komen schaken, evenredig met de toegenomen reisafstand is verhoogd. Omdat ik het schaken toch wel miste - ja, ik ben één van die akelige figuren die deels om het schaken schaken - heb ik in Amersfoort een club gezocht.

Och, welk een verraad! Omarmd en gekoesterd als een bloedeigen kind, met vaderlijke liefde en geduld, met troost en steun wanneer ik wankelde, met lofprijzingen wanneer ik fier stond, en dan - een dolk in uw vertrouwelijk toegekeerde rug! Ook ik, Brutus! Wat betekent het, als een verrader na zijn daad tranen plengt? Wat betekent het, als een verrader een vereniging kiest die op maandag speelt, opdat hij vrijdag's nog af en toe zijn oude club kan bezoeken? IJdele schaamte! Een zoenoffer is hier even ontoereikend als de term zelf in dit verband beladen is. Desondanks wil ik mijn geweten stillen met een gift, als een bedelaar die slechts de geringste van zijn zonden kan afkopen.

Het betreft het concept voor een nieuwe schaakvariant, geïnspireerd op deze hele geschiedenis en 'verraadschaak' getiteld. In concept werkt het als volgt: iedere speler mag eenmaal per partij een stuk van de tegenstander vervangen door een stuk van de eigen kleur. Beide partijen hebben, zogezegd, één verrader onder de gelederen, en in de loop der partij bepaalt de tegenstander wélk stuk de verrader is. In plaats van een zet te doen, wijst deze een stuk aan, zegt 'dit is je Koen Kramer', en vervangt dat stuk door eenzelfde stuk van zijn eigen kleur. Hieraan zijn enkele restricties verbonden:
• Een koning kan geen Koen Kramer zijn en blijft dus altijd dezelfde kleur
• Wanneer een Koen Kramer wordt aangewezen en het betreffende stuk wordt vervangen door een stuk van de eigen kleur, mag dat niet tot schaak leiden.
• Wanneer een stuk als Koen Kramer is aangewezen, mag de andere partij dat stuk niet meer als Koen Kramer aanwijzen; een stuk dat een verrader is gebleken, blijft een verrader.

Daarnaast is er een aantal varianten denkbaar:
• Beide kanten hebben meer dan één Koen Kramer onder de gelederen.
• Spelers kunnen pas een Koen Kramer aanwijzen als ze minder van het aangewezen soort stuk in het veld hebben staan, dan ze in de beginstelling hadden. (D.w.z. ten minste één van je stukken van het soort dat je als Koen Kramer aanwijst, moet al van je ges

Doe met deze gift zoals jullie goeddunkt. Denk bij het spelen van deze variant aan de volgende wijze woorden: "your hate will make you powerful". En hopelijk word ik niet gelyncht als ik bij een kerst- of paastoernooi naar de uitvoering ervan kom kijken.

Koen Kramer
2 juni 2012


Mooi-weer-schakers

We ontkomen er niet aan de afgelopen paar weken: het is heerlijk weer. (In ieder geval op het moment van schrijven is het goed vertoeven.) En met mooi weer, heb ik altijd de neiging om te gaan dromen, ook over het schaken.

Dromen is de enige imaginaire uitvlucht die ik nog heb, want dit seizoen liegen de cijfertjes er niet om: de laatste keer dat ik nog eens won, was begin december. En de laatste 6 ronden, wist ik maar anderhalf punt te scoren. Niet dat ik alles weggeef in iedere partij, ik ben gewoon niet goed genoeg. Ik houd mezelf de spiegel voor dat als ik alleen op vrijdagavond schaak, ik met gemak kan winnen. En dat is helaas niet zo. Om ergens beter in te worden, zul je er meer tijd in moeten stoppen; voor niets gaat de zon op; etcetera. Op het moment is de enige moeite die ik in de sport stop, het analyseren van mijn vrijdagavondpartij en het dagelijks oplossen van de uitstekende puzzels op de "Praktijk"-pagina. Dat mag ik gerust een aanrader noemen. Ik kan nog veel meer aanraden, maar dan is het handig als ik er zelf eerst weer eens mee begin. Zoals: informatieve artikels op websites lezen, boeken met analyses doorbladeren van je favoriete speler, grootmeestertoernooien actief volgen - leuk en leerzaam - en desgewenst een beetje openingstheorie.

Misschien ga ik wel door een klein winterdipje, en ben ik diep van binnen een mooi-weer-schaker. Het lijkt net of ik het in de winter verleerd ben. Alhoewel dat natuurlijk niet in zijn geheel waar is. Gelukkig schaak ik voor het grootste deel van de tijd met veel plezier, en tijdens officiële wedstrijden correct. Maar om dan toch even de Erecode van een eerdere column aan te stippen: het schaken moet met plezier blijven gaan, ook als er een mobieltje trilt, ook als er mooi gezang op de achtergrond te horen is, en ook als er in een moment van opperste concentratie een dame op het verkeerde veld gezet wordt. Het codewoord is wat mij betreft sportiviteit. Bekijk het dus eens in een ander (zon)licht!

Hopelijk heb ik de volgende keer niet een uur minder bedenktijd, maar ik heb er wel weer meer zin in. De laatste paar ronden gaan we allemaal winnen!

Bert Hollander
24 maart 2012


Erecode

Voetballen is een fantastische sport. Je kunt je bij een wedstrijd je anderhalf uur op winden en vaak nog langer maar daardoor wel enorm genieten. Afgelopen donderdag speelde AZ uit tegen Udinese. De scheidsrechter gaf in de eerste minuut al een penalty aan de tegenstander en omdat het een doorgebroken speler dan zou moet zijn geweest moest hij ook Viergever er uit sturen. Dit zijn de spelregels. De scheidsrechter had volgens de beelden en alle kenners weliswaar een verkeerde beslissing genomen maar kon dit niet meer terugdraaien.

Bij schaken heb je ook een spelregel. Loslaten is zetten. In een vorig stukje heb ik eens geschreven dat deze regel gewoon moet worden gehanteerd, al speel je tegen een jongen van 16. Regel is regel. Bij schaken lopen er geen scheidsrechters rond die beslissingen nemen maar laten dit aan de spelers over.

Afgelopen vrijdag was er weer zo een situatie in nog wel een bondswedstrijd. De speler stond dik gewonnen maar zette zijn dame op een dodelijk veld liet het stuk los en zag direct dat hij een veld verder moest staan en corrigeerde dat. Zijn tegenstander gaf aan dat er was gezet maar was heel sportief en accepteerde later de zet. De tegenstander verloor uiteindelijk de partij.

Wat zou ik hebben gedaan in dit geval. Als tegenstander had ik zoals ik reeds in een eerder stukje heb geschreven de reglementaire zet geëist en de partij uitgespeelt. Dit was hij verplicht ten op zichtte van zijn team maar ook op basis van de regels van het spel. Dit is eigenlijk een duidelijk verhaal.

Moeilijker is de situatie voor diegene die de foute zet heeft gedaan en heeft geprobeerd het te corrigeren. Wat is belangrijker het belang van het team, het belang van de spelregels of de sportiviteit.

Voor mij is dit ook een duidelijk verhaal. Ik zou nooit een partij willen winnen welke ik volgens de spelregels zou hebben verloren. Dit is niet sportief.

In het voorval van deze avond zou ik als foute speler deze beslissing uit hoofde van het teambelang over gelaten hebben aan de teamleider Ebels en mijn inziens had deze moeten aangeven dat de speler had moeten opgeven of minimaal remise aan te bieden in een gewonnen stelling.

Wij komen dan bij de tegenstander over als een sportieve club die weet hoe de regels moeten werken.

Ik kom er ronduit vooruit. Ik zou een partij claimen als tegenstander maar ook weggeven als dit voor de regels zou zijn. U bent dus gewaarschuwd maar kunt ook mij er in de toekomst op aanspreken.

Bij voetbal worden de regels en sportiviteit op een zodanige wijze gecombineerd dat een ieder weet hoe het hoort. Zelfs AZ gaf na een blessurebehandeling netjes de bal terug aan de tegenstander terwijl deze zelf niet zo netjes had gehandeld in die eerste minuut.

Ik hoor gaarne van andere leden hoe die over dit dilemma zouden denken.

Jan de Graaf
18 maart 2012


Schaakbord met een spiegelend oppervlak

  A game is a mirror to allow you to look at yourself
  Robert Kiyosaki

Robert Kiyosaki is een zakenman en spreker in Amerika. Hij stelt dat spellen kunnen worden gebruikt om te leren. Spellen kunnen worden gebruikt om te leren omgaan met geld en om naar jezelf te kijken. Op deze manier kunnen fouten in het echte leven (deels) worden voorkomen. Met deze stelling probeert hij overigens vooral zijn eigen ontwikkelde spellen te verkopen.

Garry Kasparov heeft in 2007 het boek How Life Imitates Chess geschreven waarin hij parallellen trekt tussen schaken en de zakenwereld. Deze parallellen richten zich vooral op het besluitvormingsproces in schaken.

Nu claimen veel voorstanders van het schaken dat het goed zou zijn om logisch denken te bevorderen. Dit is historisch al ontstaan. In de middeleeuwen werd schaken gebruikt om morele waarden te bespreken. De stukken zouden metaforen zijn voor de verschillende rollen in de samenleving. Tijdens de verlichting schreef Benjamin Franklin The Morals of Chess. Franklin stelt daarin dat schaken het verstand, omzichtigheid en voorzichtigheid verbetert.

Naar de relatie tussen schaken en intelligentie is ook wetenschappelijk onderzoek gedaan. De link tussen intelligentie en schaken is echter niet goed aangetoond. IQ zou een factor kunnen zijn in het schaakniveau. Deze factor wordt echter overschaduwd door een andere factor: ervaring. Nu is de vergelijking tussen schaken en IQ misschien wel gevaarlijk. Relatief veel van de grootheden in het schaken zijn op latere leeftijd mentaal in elkaar gestort. Bekende voorbeelden zijn Paul Morphy en Bobby Fischer.

Uiteindelijk blijkt het moeilijk om te zeggen of schaken de persoonlijkheid of het IQ kan verbeteren. Daarom denk ik aan de uitspraak van Robert Kiyosaki. In schaken ga ik door verschillende emoties en zodoende leer ik vooral over mijzelf. Zo kan ik slecht tegen mijn verlies. Verder moet ik me niet laten afleiden door zaken buiten het schaken, maar de focus bij het spel zelf houden om goed te presteren. Zo zal schaken voor iedereen iets anders betekenen, maar het blijft vooral een leuk spel!

Bob Stolp
17 maart 2012


Column of Duty (2)

Deze column is ontstaan eind 2009. Koen en ik hebben in een brainstormsessie eerst samen proberen te schrijven. Zoals in deel 1 van de serie al is aangegeven heette deze format "Associatief Coöperatief Auteursschap". Daarna hebben we apart stukken aangeleverd. Vanaf een vroeg moment heeft Bert zich bij de auteurs gevoegd. De column kent op dit moment een wat rustigere periode.

Hoewel ooit de naam "Column of Duty" is bedacht, heet de column op de een of andere manier sinds de start Koen's column. Mijn inziens doet dit onrecht aan de bijdrage van huidige en toekomstige auteurs.

De naam "Column of Duty" is uiteraard een woordspeling op het spel "Call of Duty". Bij de start van de column was dat ook de enige reden om deze zo te noemen. Toch vind ik de naam steeds toepasselijker worden. Zeker nadat ik al enkele keren door Cees ben aangesproken om een bijdrage te schrijven.

Mijn wens is om de column te hernoemen en mijn voorstel is uiteraard: "Column of Duty". Wellicht dat er andere suggesties zijn. In dat geval kunnen we misschien stemmen. De column is uiteindelijk van en voor iedereen!

Bob Stolp
18 februari 2012


Te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet

Na een beroep van Cees op iedereen om verse columns aan te leveren kan ik natuurlijk niet achterblijven. Daarom na enige absentie nu wederom presentie.

De eerste uitdaging is het bedenken van een onderwerp. Bij het begin van deze column hadden Koen en ik een lijst gemaakt met onderwerpen variërend van de lichtere, als de klederdracht van "de schaker", tot inhoudelijke behandelingen van schaaksystemen. Om het mij makkelijk te maken vermijd ik de laatste categorie. Bovendien is deze column beter als deze toegankelijk blijft voor het brede publiek.

Wat mij nu de laatste tijd bezig houdt zijn de afgelopen twee verloren ronden van het 1e team in de externe competitie. Het seizoen zijn we begonnen met twee mooie overwinningen. In de twee opvolgende ronden hebben we twee keer aan het kortste eind getrokken.

Natuurlijk hadden we kracht ingeboet door de afwezigheid van Koen en later ook van Jos. Toch hebben we tegen alle ratingverwachtingen in met slechts een half punt verloren (3,5-4,5). Dit is natuurlijk zeer wrang. Aan de match tegen de Groene Zes houd ik nog de meest vervelende herinnering over. Na 7 partijen stond het 4-3 voor de Groene Zes. Door te winnen kon ik deze match nog gelijk trekken.

Op het bord stond ik er goed voor. Het was een moeilijke strijd, maar ik kwam gewonnen te staan. Met nog een minuut op de klok hoefde ik alleen een pion te promoveren en de tegenstander mat te zetten. In een moment van verstandsverbijstering dacht ik de tegenstander pat te hebben gezet. Ik stak mijn hand uit om mijn tegenstander te feliciteren met deze mazzel. En nu komt het; zijn mazzel was nog veel groter dan ik dacht. Het was namelijk niet pat. Deze remise zal ongetwijfeld de geschiedenisboeken ingaan als de legende van het schijnpat met mijn persoon in de hoofdrol als schlemiel.

Met twee overwinningen zijn we nog zeker niet veilig voor degradatie. En Vredeburg is in het verleden vaker gepromoveerd naar de tweede klasse om daar helaas direct weer uit te degraderen. Een geval van te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet.

Ondanks de nipte nederlagen heb ik vertrouwen in de rest van de competitie. Bakkum heeft het als kleine club een paar jaar geleden tot de 1e klasse weten te schoppen. Dan moeten wij Vredeburgers ons zeker in de tweede klasse kunnen handhaven. Met de mooie resultaten in de eerste twee ronden hebben we een goed uitgangspunt. Daarbij hebben we voor het eerst in de geschiedenis de massakamp tegen Oppositie gelijk gespeeld!

Binnen de club zijn er ook goede ontwikkelingen. We hebben een aanstormende jeugd en de verloren Niels Hageman is teruggekeerd. Daarnaast verwacht ik met de pensionering van een zeker lid dat onze schaakkracht zeker 100 Elo-punten gaat stijgen. Tenslotte mag ieder lid bij mij wat komen drinken als deze in de laatste 3 ronden 3 punten binnen haalt. Als dat niet motiveert weet ik het ook niet meer?

Nee, 2012 gaat een goed jaar worden. Mij rest nog iedereen een mooi en gezond 2012 te wensen en in het bijzonder succes voor de schakers die meedoen aan het Tata Chess Tournament!

Bob Stolp
6 januari 2012


Onlogica

Even tussendoor, voor ik begin aan de 30e column! Ik zie dat er dit seizoen evenveel columns door mij als door alle anderen zijn geschreven en dat is de bedoeling niet! Je hoeft er niet eens de pen voor op te pakken, je kunt gewoon Word opstarten (of Kladblok, whatever) en typen over het liefst een schaakgerelateerd onderwerp. Heb ik ook weer eens wat te lezen!

Dan nu een artikeltje over hoe het toch altijd onlogisch blijft, dat wanneer je van iemand met waarde 70 wint, je er geen 70 punten bij krijgt! Want deze discussies zijn toch vrij vaak aan het scorebord te horen, en het lijkt erop alsof het vals spelen door de computer is. Helaas is dit niet het geval. Wel is het zo, dat wij een heel speciaal systeem hebben.

Op toernooien zie je namelijk iets heel anders gebeuren: na negen ronden kijkt men hoeveel punten iedereen heeft. Zijn er mensen met evenveel punten, kijkt men naar de weerstandspunten. Dit is niets anders dan het optellen van de punten van alle tegenstanders. Mensen die sterke tegenstanders gehad hebben, krijgen meer punten, omdat ze een zwaarder programma hadden (ik had bijvoorbeeld het op een-na-hoogste aantal weerstandspunten, na de koploper) Maar als iedereen tegen elkaar speelt, maakt dat niet uit, dus is er ook nog de SB-score (genoemd naar de uitvinders Sonneborn-Berger) waarbij je alleen de punten krijgt van wie je hebt gewonnen, en de helft tegen de tegenstanders waarmee je de partijuitslag hebt gedeeld - remise.

Waarom gebeurt dat niet bij ons? Het simpele antwoord is een vraag: wie van jullie zijn alle 26 keren op komen dagen. Alleen ik en Ed Stolp. Wij hebben dus veel meer kans op meer punten dan bv. Koen Kramer, en daarom is een puntensysteem bedacht door meneer Keizer, zoals wij dat kennen. Het venijn zit hem in de staart: wat als je in ronde 2 van de nummer 2 hebt gewonnen, terwijl diegene nu 22e staat? Hij/zij is nu 20 punten minder waard! Daarvoor is de herwaardering bedacht, logisch hè? Nu begrijp je misschien beter waarom je altijd punten tekort krijgt, je krijgt ze namelijk niet tekort! Je hebt er alleen in het begin teveel gekregen...

(Conclusie: Systeem Keizer is dus eerlijk, en eerlijker dan het hier eerder bediscussieerde Systeem Jan!)

Terugkijkend op het afgelopen jaar, mag ik wel zeggen, dat ik een uitstekend seizoen heb gedraaid, met de zo kenmerkende dip halverwege. Na een matig begin scoor ik 7½ uit 9, waarbij ik alleen een slechte remise tegen mijn zusje speelde, stukwinst niet om kon zetten in een winstpartij tegen Jan Borst en de sleutelzet tot winst niet vond tegen Harold Ebels, waardoor ik in remise moest berusten (wel de beste partij van het seizoen!). Zoals gebruikelijk kwamen na deze ruim twee maanden durende periode dezelfde magere periode met slechts 3½ uit 11.

En dat is ook waar er nog een hoop in te verbeteren valt. Niet eens zo zeer in die 7 plusremises die ik dit seizoen heb gescoord - lees: makkelijke winstpartijen waarbij ik remise aanbood, uit pure angst om te verliezen - je moet de tegenstander zo af en toe ook eens wat gunnen. Nee, het is meer de consistentie waarmee ik goede partijen afwissel door afgrijselijke van hetzelfde soort. Alhoewel, het mislukte From-gambiet tegen Robin Rommel en mijn verlies in 15 zetten tegen Koen Kramer zijn zelfs geen partijen meer te noemen. Toch heb ik een tiental leuke zetjes teruggevonden, waar mijn computer een uitroepteken bij wilde plaatsen, hieronder een selectie. In de eerste twee partijen ben ik wit, de andere twee zwart. Probeer ze zelf eens op te lossen, of geniet gewoon en kijk onder het diagram naar het verdere spelverloop!



















Wit aan zet



















Zwart aan zet







Oplossingen zijn hier te vinden

Bert Hollander
17 mei 2011


Betegelingsprobleem

Er zijn tegenstanders die je niet graag tegenover je ziet zitten, en spelers die je graag ziet, omdat je ze dan in kan maken. Op school heb je vervelende (lees: moeilijkere) vakken, zoals Infinitesimaalrekening of Lineaire Algebra of Caleidoscoop. Maar gelukkig wordt dat afgewisseld met Grafentheorie. Ik zou dat met gemak aan middelbare scholieren uit kunnen leggen, om de simpele reden dat overal algoritmes (trucjes) voor bestaan, en het vak in essentie alleen uit punten en lijnen bestaat. Het fijne aan het vak is, dat het ook een heel toepasbaar vak is: de bekendste graaf is bijvoorbeeld het spoorwegnetwerk van Nederland. Maar laatst kwam ik een vraagstuk tegen, waar ik even over na moest denken: het betegelingsprobleem.

Stel, je hebt een tuin bestaande uit een geheel aantal m², en je wilt deze betegelen met tegels van 2 bij 1 meter, de helft wit en de helft zwart. Witte en zwarte delen mogen nooit aan elkaar grenzen. De oplettende lezer is op zoek naar een tuin bekleed als? schaakbord! Ik zal de wiskundige randvoorwaarden voor de mogelijkheid om dit te doen besparen, maar stel je eens een tuin (lees: schaakbord) voor met een paar uitstulpingen. Je zou een heel ander schaakspel krijgen!

Ik bedacht me een partij, waarin je vanuit een hoekveld naar 4 andere velden kan! Het spel zou er een stuk interessanter door worden. Denk je met wit een stikmat met het paard op f7 te hebben gemaakt, speelt zwart ineens Kh8-i8! Of als je het anders maakt, kan zwart nooit meer mat achter de paaltjes geven: wit speelt simpelweg Kg1-h0 en er wordt verder geschoven.

Ik begon door te denken - op de normale manier - en kwam op de vraag hoe het zou zijn om met drie personen te schaken? Ik stelde me voor dat ieder een half bord zou krijgen, met in het midden dan een soort gemeenschappelijk veld, dat schuin ligt? Gek genoeg bestaat dat al! Het heet, zeer toepasselijk, trioschaak.

Als dat dan bestaat, waarom kunnen we dan niet creatiever omgaan met de stukken. Waarom zet je de witte stukken altijd in díe opgelegde volgorde op? Zet die koning eens een keer in het hoekje voor je begint. Trouwens, ook deze variant bestaat al, en werd vernoemd naar schaakfenomeen Robert Fischer (ook bekend als Chess960, naar de verschillende startopstellingen).

Misschien denk je nu dat omdat ik de laatste tijd wat meer verlies (laatste punten zijn meer dan een maand geleden gepakt op moment van schrijven van deze column), dat ik andere variantjes probeer. Integendeel, geef mij maar het normale 8 bij 8 bord in normale opstelling. Maar dan wil ik ook normaal spelen, dat wil zeggen: geen BRommelen! Ik heb het nu enkele malen gespeeld - voor de mensen die het niet weten: bij BRommelen verandert je stuk waarmee je een ander stuk slaat in dat stuk. Een loper slaat een pion, en wordt dus een pion. Dat lijkt leuk, maar als je dat speelt tegen mensen die er nog echt de hele dag over na lopen te denken, verdwijnt die motivatie snel. Het is voor de positioneel wat minder bedeelde onder ons wel een goede manier om te trainen, vind ik zelf.

Met nog maar een paar ronden te gaan, is er nog niets beslist, en heb ik dus nog steeds kans om in de top 30 te blijven. Nu maar hopen dat het lukt. *smile*

Bert Hollander
4-1-2011


Kramer definitief uit vorm

Normaliter ben ik erg te spreken over de verslagen die Harold voor onze website en de kattenbakvulling schrijft. Wat is er nu leuker dan te lezen hoe overtuigend je je tegenstander nu weer overklast hebt? Maar nu ik in een vormcrisis verkeer, vrees ik de scherpe pen van onze secretaris. De ene week kan je namelijk op een voetstuk geplaatst worden, de volgende week kan je daar vanaf donderen en genadeloos door het slijk getrokken worden.

Ebels senior is ongetwijfeld al aan het broeden op een felle kritiek op mijn schaakprestaties van deze week, zeker aangezien ik vorige week ook al verloor. En terecht, het was ook echt bagger. Maar mijn ego kan het niet verdragen lijdzaam naar Harold's literaire slachtbank te worden gevoerd. In plaats daarvan zal ik zélf het vonnis voltrekken, en onze bebrilde secretaris aldus het gras voor de voeten wegmaaien. Op zijn minst zal ik, door in zijn huid te kruipen, de lat erg hoog voor hem leggen:

Er lopen twee nullen over straat. Zegt de een tegen de ander: "Hee Koen!". Ons voormalig clubkampioen is een koekenbakker geworden. Vorige week verloor hij al zeer onnodig zijn partij tegen Degoschalm, deze week verprutste hij zijn partij in de bekercompetitie. Hij heeft dus al twee keer op rij verloren, en dat is voor hem uniek. Ons 'talent' is nu zelfs beneden het niveau van ons gewone mensen teruggevallen. De ultieme vraag is wat deze permanente vormcrisis verklaart. Is het zijn 'drukke' baan als docent filosofie? Gunt Miss Borculo hem te weinig nachtrust? Zouden zij samen, verborgen voor de buitenwereld, een nestje met vier kinderen hebben geworpen?

Zelf wil ik niet teveel over dit soort vragen nadenken; het betaamt een narcist niet bij zijn eigen falen stil te staan. In plaats daarvan leid ik mijzelf liever af. Zo heb ik vanmorgen bedacht dat ik een reclamebureau ga beginnen. Mijn eerste tv-reclame heb ik al bedacht.

Een mooie vrouw in strakke jeans loopt een café binnen. Aan de bar zitten twee mannen, die haar direct in het oog hebben. De man die het dichtst bij haar zit, is knap, gespierd en verzorgd en heeft een fraaie lach. De vrouw kijkt even schuin naar beneden, heft haar hoofd weer op en loopt met een minachtende blik langs hem, naar de tweede man: een lelijk, saai en verachtelijk creatuur, kortom een schaker. Met een schalkse blik legt ze één hand op de man zijn bochel, de andere legt ze op zijn dij. Ze kijkt wederom schuin naar beneden en zegt: "Hey honey, love your jeans". Dan dondert de voice-over: "Natural selection is over. We have evolved to JEANETIC SELECTION." De naam van het spijkerbroekenmerk wordt genoemd, terwijl het bijbehorende logo verschijnt, en de voice-over vervolgt: "Survival of the best fitted."

Gouden business, lijkt me. Nu de kansen dat ik ooit profschaker word slinken, is het toch goed om een plan B te hebben.

Koen Kramer
19 februari 2011


Vat vol vreemde keuzes

"Life is like a box of chocolates. You never know what you're gonna get." (Forrest Gump)

Vrij vertaald is dat precies mijn situatie van de donderdag voor Kerstmis. Ik kwam op Utrecht CS terug van een dagje universiteit, klaar om weer naar huis te gaan. Echter, er was een winterdienstregeling. Na vriendelijk het kopje erwtensoep te hebben afgeslagen, kwam ik twintig minuten te vroeg op het station, zodat ik zeker wist dat ik mijn trein zou halen. Ik was zelfs zo vroeg dat ik nog de trein naar Amsterdam kon halen. Maar dan zou ik daar moeten wachten op mijn trein naar Castricum, die dan overvol zou zitten. Dus liet ik deze gaan. Dan kon ik nog mee in een internationale trein naar Amsterdam - de ICE - ook deze liet ik voorbijgaan om precies dezelfde reden. Toen verscheen mijn trein op de borden: 10 minuten vertraging. Bovendien was het een behoorlijk kleine trein, zodat ik amper een staplaats kon bemachtigen. In Amsterdam stroomde vervolgens de hele trein leeg.

We concluderen dat ik hier de verkeerde keuze heb gemaakt. Ik kon gaan voor A,B of C, en heb de jackpot misgelopen. Wat mij natuurlijk naadloos een bruggetje aanbiedt naar het schaken toe, waar een verkeerde zet een 0 op het scorebord oplevert. Als je ergens keuzes moet maken, is het wel in het edele schaakspel. Meestal rijst dan de vraag of je dat lepe tussenzetje moet doen, dat sluwe paardoffer dat misschien wel helemaal geen voordeel opbrengt, of een normale ontwikkelingszet omdat je niks anders kunt bedenken (ik ben een beetje door mijn bijvoeglijke naamwoorden heen). Het is zaak om lang na te denken wat hier de beste zet is.

Maar niet te lang, want natuurlijk brengt de tijdscontrole meer keuzes met zich mee. 36 zetten in anderhalf uur betekent dat je maar 2½ minuut per zet hebt. Speel je de opening wat sneller, met het risico dat je een verkeerde zet speel? Zet je expres snel terug om je tegenstander te intimideren? Het psychologische oorlogsvoeren brengt een hoop vragen met zich mee, waar je je voor deze column waarschijnlijk nog niet druk om hebt gemaakt. De wiskundige kans is ook vrij groot, dat je in de volgende ronde je hier ook totaal niet mee bezig gaat houden, hoe interessant dit ook mag zijn.

Over psychologische oorlogsvoering gesproken, ik zag laatst op een Engelse quiz 5 mensen die dat iets tè serieus genomen hadden: ze deden aan schaakboksen. Dit zijn duidelijk mensen die niet kunnen kiezen. Het idee is simpel: een ronde bestaat uit 4 minuten schaak, gevolgd door 3 min boksen. Dan even pauzeren, en weer concentratie voor het edele schaakspel. Er is dus nog hoop voor mij, mocht een carrière met enkel schaak op niets uitlopen. Ik lees nogal veel op het internet.

Toegegeven, ik heb misschien iets teveel artikelen op internet gelezen, die mij helemaal gehersenspoeld hebben. Maar ik vind dat er een kern van waarheid inzit. De psychologische oorlogsvoering is nu eenmaal een belangrijk aspect van het schaakspel, en dient vooral in tijdnood niet onderschat te worden. Velen zullen zich de blikken van Kasparov herinneren, toen hij tegen Karpov, na een ontzettende blunder, wereldkampioen kon worden. En zo zijn er in de wereldtop wel meer voorbeelden te vinden, zelfs zonder te spelen kun je je tegenstanders een tik uitdelen. Ik doel hiermee niet alleen op Magnus Carlen, de 20-jarige Noor, die makkelijk wereldkampioen zou kunnen worden, maar nu al heeft afgezegd voor de cyclus om tegen Anand in 2012 te strijden. Ik bedoel het ook op iets lager niveau, waar spelers van Vredeburg zonder ook maar een zet gedaan te hebben al hand-uitstekend remise aanbieden, of de tegenstander zogenaamde moed in te spreken met de woorden "wat ben jij sterk, zeg!"

Mocht dit niet overtuigend werken op de tegenstander, heb ik in de loop der jaren gemerkt dat dronken voeren vaak een positief resultaat geeft. Maar onthoud: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst! Veel succes in 2011 en vergeet niet: "Life is like a box of chocolates. You never know what you're gonna get."

Bert Hollander
21 januari 2011


Het vergeten antwoord

Als ik het rijtje columns van de afgelopen maand zie, lees ik enkel persoonlijke aanvallen. Aangezien we hier ook zijn om te leren, besloot ik eens een openingsstudie - weliswaar de light-versie - met u te delen.

In eerdere columns viel al te lezen dat ik graag de Spaanse opening speel, en deze zou ik graag wat verder uit willen lichten. Een reden hiervoor is dat Spaans na Siciliaans (1.e4 c5) volgens mij de meest gespeelde opening ter wereld is, pin me hier niet op vast. Ik wil natuurlijk niet alles behandelen, dit zou zelfs in meerdere dikke boeken nog niet lukken (!) De Spaanse opening is uitgevonden door Ruy Lopez, en wordt zo nog genoemd in Engelstalige landen. Op deze zoekterm valt op internet dan ook veel meer informatie te vinden. Het Spaans is een heel aanvallende opening, en eigenlijk heel gemakkelijk te spelen als zwart de natuurlijke tegenzet doet. Op 1.e4 en 2.Pf3 antwoord zwart simpel met e5 en Pc6. Voordat we in het bijna nóg vaker gespeelde Italiaans (3.Lf1-c4) overspringen, schuif ik deze loper een veld verder door en speel 3.Lb5. De beginstelling is geboren en zwart heeft hier een legio aan mogelijkheden te spelen, allen goed.

Dit wordt door wit nogal vaak gespeeld, echter niet op hoog niveau, omdat daar Spaans bekend staat als een opening die "makkelijk remise te houden is." Mijn straatje dus. Zwart heeft hier veel antwoord als Lc5 (klassiek), a6, Pf6, d6, g6 en de wat dubieuze Df6?! Er is echter ook nog een redelijk antwoord, die meestal vergeten wordt: 3?Pge7. (zie stelling) Alleen de notatie maakte al dat ik er wat meer over wilde weten, dus ben ik de boeken en vele websites ingedoken.

Op het eerste gezicht werd ik er blij en ongelukkig van: aan de ene kant maakt het nu niet meer uit of je de loper ruilt of niet, je kunt altijd met het paard terugslaan en de stelling blijft ongeveer hetzelfde. Bovendien ontwikkel je een stuk, dat kijkt naar het altijd interessante veld f5. Aan de andere kant lijk je de loper te blokkeren, maar die fiancheteer je: je speelt g6 en Lg7. Zo gaat dan ook de hoofdvariant van deze verdediging. Bijkomend voordeel van de opening is dat het de witspeler verrast, hoewel dit toch een bekende verdediging zou moeten zijn?

We spelen de hoofdvariant, waarbij wit reageert door de standaardzetten als vroege rokade, c2-c3 en d2-d4 spelen: 4.0-0 g6 5.c3 Lg7 6.d4 exd4 7.cxd4 d5! 8.exd5 Pxd5 9.Te1+ Le6. Er zou nu nog een vrij aardige zettenreeks als 10.Lg5 Dd6 11.Pbd2 0-0 kunnen komen, met kansen voor beide kleuren, en een sterk centrum voor zwart. Er liggen hier veel tactieken op de loer. Echter, heeft men een andere voorkeur, zoals lang rokeren, zou dat hier ook kunnen. Dat is het mooie van deze opening: het ligt een beetje vast, maar de keuze is reuze.

De verwachting is dat ik nu in al mijn toekomstige partijen deze variant zal spelen, met name omdat ik sowieso al voorstander ben van het kort rokeren en f5 opspelen. Helaas ben ik hier te wispelturig voor en zal het van mijn humeur afhangen. Van één ding ben ik echter wel zeker, schaken doe je met je gevoel!

Bert Hollander
11-12-2010


De columns

Op deze pagina staan de columns geschreven door clubleden van sv Vredeburg.