Columns - Archief

Eerder gepubliceerde colums.

Columns gepubliceerd in januari 2010.

Columns uit aug-dec 2010
Columns uit april 2010
Columns uit februari 2010
Columns uit nov. en dec. 2009

Winnen is winnen

Koos: 'Ik zag in de Uitkijkpost dat je vorige week hebt gewonnen!'
Ik: 'Ja joh, en hoe! Ik verpletterde mijn tegenstander, ik veegde hem van het bord. 25 zetten mat. Gebroken ging hij aan het bier.'
Koos: 'Toch was het maar 1-0.'

Koos, mijn tennismaatje, was geen schaker. Bij het schaken geldt winnen is winnen. 1-0. De manier waarop je wint is niet belangrijk. Of je nou wint door een fantastische offercombinatie of doordat je tegenstander in slaap is gesukkeld en door zijn klok heengaat, is niet van belang. Het blijft 1-0. Meer dan dat ene puntje valt er niet te verdienen. De stand in een tournooi wordt dan meestal bepaald door de scores bij elkaar op te tellen. Heel anders dus dan bij de meeste sporten.

Koos had gelijk: net als in een voetbalwedstrijd zou je aan de uitslag meer moeten kunnen aflezen. Als je in de krant leest dat een voetbalwedstrijd is geëindigd in 5-0 dan weet je dat er een groot krachtverschil was. Bij 1-0 zijn de elftallen waarschijnlijk bijna even sterk. Bij schaken zie je aan 1-0 niets. En dat is jammer. Een thermometer geeft ook niet alleen maar aan of het vriest of dooit, hij meet de temperatuur - hij geeft de huidige stand.

Schaken is een conservatieve sport. Bij de laatste London Chess Classic die gehouden is van 8 - 15 december heeft men eens lopen experimenteren. De uitslagen werden als gewoonlijk gegeven, maar men gebruikte punten zoals bij voetbal gebruikelijk zijn geworden: 3 punten bij winst, 1 bij remise en 0 bij verlies. Het totaal aantal punten bepaalde de stand op de ranglijst. Niet echt schokkend en bovendien: aan de uitslag van een partij is dan nog steeds niets te zien.

Een methode om aan meer frivole uitslagen te komen zou kunnen zijn dat de punten die je verdient afhankelijk zijn van de sterkte van je tegenstander, bijvoorbeeld: Dinkla-Kramer 5-0, B.Stolp-Dinkla 0-4, maar waarschijnlijker: Dinkla-Kramer 0-1, B.Stolp-Dinkla 1-0. Winnen van je buurman levert dan automatisch dubbele punten op. Zo´n methode bestaat natuurlijk al in de berekening van je rating, maar je ziet hem niet terug in de uitslag.

Een andere methode om te komen tot sprekende uitslagen heeft te maken met de manier waarop je je overwinning beleeft. Als Marcel gewonnen heeft, glundert hij van oor tot oor, trakteert de voltallige kelder op een extra rondje en gaat laat vrolijk fluitend huiswaards: 3-0. Als Ed van D. wint - 'Ach, ik deed maar wat': 1-0. Wanneer je in glad verloren stand plotseling de dame van je tegenstander aangeboden krijgt en besmuikt de overwinning binnenhaalt, levert dat dan niet meer dan een half punt op.

Misschien ontstaat de beste methode als er extra punten en strafpunten worden toegekend bij bijzondere situaties. Bijvoorbeeld: aan de uitslag -1-2 van een schaakwedstrijd zou je dan kunnen zien dat wit er vanaf de eerste zet niet in geloofde (kost een strafpunt) en dat zwart een mooie combinatie op het bord toverde en dat levert een extra punt op. Of bij 1--2: wit won regulier nadat zwart een stuk weggaf en dat kost 2 punten. 3-1: een matcombinatie, maar taai tegenspel van zwart, 5-3: spektakel op het bord, offers over en weer, 0-0: een suffe remise.

Het mag hierbij niet zo zijn dat de uitslag wordt bepaald via een jury-uitslag of een beoordeling van een scheidsrechter, er zijn kelderleden die per definitie het niet eens zijn met zo'n menselijk oordeel. Nee, ik denk meer aan een volautomatische waarde bepaling. Een soort thermometer voor de schaakpartij, een machientje waarop ook tijdens de partij de tussenstand is af te lezen.

Zo'n machientje bestaat nog niet, maar we hebben in de club genoeg ondernemende leden die een dergelijk apparaat tot een succes kunnen maken. Het idee ervoor is er al en kost niets. Volgens mij is er een markt voor. Van de opbrengst zou zou tot in lengte van jaren de contributie van alle leden van sv Vredeburg betaald kunnen worden! Stel je voor: jarenlang winst ondanks de uitslag van je schaakpartij! Dan juist is winnen winnen! 5-0!

Cees Dinkla
29-01-2010


Waarom schaken er zo weinig vrouwen

Als je vrijdagavond bij sv Vredeburg in de zaal kijkt, dan moet je helaas constateren dat er van de ruim 40 schakers er slechts een of twee dames aan het bord plaatsnemen. Uitgaande van twee dames betekent dit slechts 5 % van het totaal aantal aanwezigen. Betekent dit dat onze club vrouw onvriendelijk is of is dit een landelijk verschijnsel. Door wat te googlen kon ik gelukkig de conclusie trekken dat dit niet zo is. In Duitsland blijkt dat er meer dan 110.000 mannen schaken en slechts 7000 vrouwen of nog geen 6 % van het totaal.

Of mannen nu beter schaken dan vrouwen kan echter niet worden bewezen. Het is gewoon zo bij denksport dat er meer mannen met deze sport zich bezighouden dus de kans is groter dat er bij de mannen betere schakers zijn dan bij de vrouwen.

De vraag blijft dan ook open staan waarom er veel minder vrouwen zijn die schaken dan mannen. Uiteraard is hier veel onderzoek naar gedaan. Geen van de wetenschappers die dit feit hebben onderzocht konden hier een goed onderbouwde verklaring voor geven. De meest aansprekende verklaring welke ik heb gevonden was van Levon Aroninan. Hij gaf aan dat Schaken een wreed spel is, je moet voor bloed gaan en daar zijn vrouwen te gevoelig voor. Dat gaat tegen hun natuur in, tenminste in zijn klassieke beeld van vrouwen. In schaken moet je kwaadaardig zijn en erg agressief. Als je verliest zijn er geen excuses.

Een andere wetenschapper Merim Bihalic gaf aan dat het culturele verschillen zijn. Meisjes krijgen van jongs af aan te horen dat ze het toch niet kunnen en er dus niet aan hoeven te beginnen.

Om toch tot een verklaring te komen heb ik geprobeerd de discussie te openen bij onze club aan de keldertafel. Buiten de geijkte conclusies dat vrouwen niet kunnen nadenken bleef als belangrijkste stellingname over dat mannen maar een ding te gelijk kunnen doen en vrouwen in staat zijn om meerdere dingen te gelijkertijd kunnen en willen doen. Dit is funust voor een concentratiesport waar bij je alle omgevingsfactoren moet proberen uit te schakelen om tot het uiteindelijke doel te komen winnen. Ieder afleiding kan leiden tot fouten. Dit betekent ook dat het stil moet zijn in een schaak of in een biljartzaal (ook een mannensport) . Het zou generaliserend zijn om te stellen dat alle vrouwen dit niet kunnen. Mijn inziens kan dit wel een verklaring zijn waarom zo weinig vrouwen zich aangetrokken voelen tot de schaaksport.

Voor de meeste mannelijke kelderleden is schaken een serieuze sport, waar tijdens het spelen alleen aandacht is voor het spel en dat pas na afloop de gezelligheid wordt gezocht door een biertje met elkaar te drinken. Winnen is en blijft het belangrijkste wat er is maar verliezen wordt snel weer vergeten als de mannen zich op andere wellicht belangrijkere zaken richten. Dit houdt voor deze mannen de moed er in om na 8 nederlagen weer te verschijnen aan de tafel.

Uiteraard is het mogelijk om te rageren op deze stellingname. Wetenschappers komen er ook niet uit. Het feit waarom er zo weinig vrouwen schaken zal dan ook altijd een onopgelost mysterie blijven.

Jan de Graaf
25-01-2010


Oneliners en bruggetjes

Allereerst zou ik Koen willen bedanken voor zijn mooie column, die mij veel leesplezier en - inderdaad - inspiratie gaf. Ook inspirerend vond ik een oud-parlementariër die meedoet met het Hoogoventoernooi. Hij won het van de Kamerleden, maar misschien nog wel interessanter: deze man is reeds 99 jaar jong.

Dit brengt me bij oneliners. Dit is één zin, die op de een of andere manier krachtig overkomt. Met vorige anekdote gelezen te hebben, zou de op de club veel voorkomende zin De jeugd heeft de toekomst toch onwaarheden bevatten. Misschien is de rating tegen de leeftijd uitgezet wel een parabolische functie! O, ik heb het gevoel dat ik afdwaal. Om de een of andere reden is deze zin ook wel eens in mijn bijzijn gezegd. Ikzelf put vooral hoop uit de zin die ik na een verloren partij tijdens het snelschaakkampioenschap zei - al dan niet gequote van iemand: Het gaat er niet om wie de eerste fout maakt, maar wie de laatste fout maakt.

Er zijn nog veel meer dingen gezegd over fouten in het schaken. Zo heeft grootmeester X. Tartakower ooit gezegd (en het is echt waar): De fouten zijn allemaal al aanwezig, ze wachten er alleen maar op om gemaakt te worden. Geweldig, en bemoedigend. Ook A. Nimzowitsch had na een rokend akkefietje een mooie, terechte uitspraak: De dreiging is sterker dan de uitvoering!

Gelukkig hoeven we voor de oneliners maar naar de televisie te kijken en we zien de kopman van de Partij tegen de Islam (P.G.W). Mocht je denken dat hij werkelijk niets van doen heeft met schaken, had dan beter geluisterd naar Belgisch grootmeester Koltanowski: Pionnen zijn net knopen; verlies er teveel en je broek zakt vanzelf af. Tot zover het niveau van de reeds genoemde partij, die goed is in oneliners, maar niet met concrete, laat staan haalbare plannen komt. Tal zei ooit: Sommige offers zijn goed, de rest is van mij. De rest . . . Partij tegen de Islam . . . ja.

Maar blijkbaar leeft Tartakower nog, want ook hij heeft wat te zeggen over de wekelijkse peilingen waarin de vrijheidsstrevende partij het zo goed doet: Morele overwinningen tellen niet. Dan nog twee tips voor iedereen op de schaakclub die nog iets bij wil leren, ook afkomstig van de inmiddels tot held uitgroeiende Pool: het is niet goed genoeg om een goede speler te zijn, je moet ook goed spelen. (Denk daar maar eens over na!) En: tactiek is weten wat te doen als er iets te doen is, strategie is weten wat te doen als er niets te doen is.

Tenslotte: waarom die bruggetjes (zie titel)? Ik weet het eigenlijk ook niet, maar er zitten een paar verborgen in de voorgaande alinea´s. En om af te sluiten in stijl: bezint eer ge een zet doet!

Bert Hollander
22-01-2010


Inspiratie

In mijn eerste column hier gepubliceerd heb ik Cees bedankt en geëerd voor het opzetten en onderhouden van deze prachtige website, en heb ik de clubleden een oproep gedaan tot het aanleveren van kopij voor deze column. Hoewel Cees niet genoeg geprezen kan worden voor zijn werk, wil ik nu primair de leden prijzen die al stukken voor de column hebben geschreven: Bob en Bert. Hulde!
De publiceerdrift van genoemde columnisten werpt voor mij echter een probleem op. Want hoewel deze column regelmatig 'column van Koen' wordt genoemd, heb ik nog maar een beperkte bijdrage geleverd aan de invulling van de column. Nu Bob, naar mij ter ore gekomen is, nog een aantal stukken geschreven heeft, kan ik zeker niet achterblijven en moet ik toch echt weer wat kopij voor de column aanleveren. Toch is dat niet zo makkelijk, voor mij althans, als het klinkt. Ondanks de ogenschijnlijke vrijheid bij de keuze van onderwerpen en de gebrekkige coherentie van mijn stukken, vloeit een column niet vanzelf uit mijn pen of, in dit geval, potlood. Nu zou het overdreven zijn te verkondigen een writersblock te hebben, maar desalniettemin ontbreekt het mij dikwijls aan: inspiratie.
Mijn gebrek aan inspiratie contemplerend besefte ik hoe een boeiend thema 'inspiratie' eigenlijk is - omvattend en onontbeerlijk, maar tegelijkertijd zo ongrijpbaar en mysterieus. Aangezien inspiratie daarenboven ook voor schaken zeer relevant is, leek 'inspiratie' mij een mooi thema voor een column. En voilà, daar was inspiratie voor een column - een column over inspiratie. Om niet meteen in een zee van inspiratie te verdrinken beperk ik mij tot een bespreken van de rol van inspiratie in schaken.

Om meer licht op dit onderwerp te kunnen werpen neem ik u mee naar mijn eigen schaaktraining. Sta mij toe een les door te geven die ik nog van mijn trainer heb doorgekregen, die deze les weer van zijn trainer had doorgekregen, die op zijn beurt in dit onderwerp door diens eigen instructeur was ingewijd . . . enfin. Want uiteindelijk hebben we het schaken allemaal van Jaap Limmen geleerd. Ik zal jullie nu, als enkele uitverkorenen, deze geheimen doorgeven. En nog gefeliciteerd dat jullie de miljoenste bezoeker van deze website zijn.
Volgens de 'drie-pijlersleer' van wijsgeer Limmen berust succes in schaken op drie pijlers of 'spiraties', te weten respiratie, transpiratie en inspiratie. Het belang van respiratie oftewel ademhaling voor succes in schaken - althans voor menselijke spelers - behoeft geen toelichting. Transpiratie staat ruwweg voor hard werken en doorzettingsvermogen, even evident onontbeerlijk. Ik zal mij evenwel beperken tot de derde pijler, inspiratie.

Als schaker bent u ongetwijfeld bekend de ervaring die met een gebrek aan inspiratie gepaard gaat: u zit achter het bord voor zich uit te staren en kunt geen plan bedenken, kunt geen ander plan bedenken dan remise aan te bieden voor de partij echt begonnen is, of heeft een onverklaarbare drang om te schuiven in plaats van te schaken, bijvoorbeeld door een Franse partij te spelen.
Een aantal spelers van onze club lijdt hier permanent aan. Toch kan men zelfs met een dergelijke handicap vrij ver komen; sommige van deze spelers worden hier zelfs tweede of derde mee in onze interne competitie, zie vorig seizoen. De drie-pijlersleer leert dat deze schakers moeten excelleren in de beheersing van de beide andere pijlers. De laatste zorgenbarende ontwikkeling qua inspiratie-gebrek is het hoge gehalte aan remises dat ons regerend clubkampioen dit seizoen behaald heeft. Andere spelers van onze club zitten nooit om inspiratie verlegen. Hier springen met name Robin, Gert-Jan en de Grote Meester zelf eruit. Ooit behoorde ondergetekende eveneens tot dit gezelschap, maar mijn hoogtijdagen zijn inmiddels vervlogen. Genoemde virtuozen zitten nooit om een plan verlegen, weten altijd een aanval op touw te zetten of een beslissing te forceren - hoewel niet altijd in hun eigen voordeel.
Als schaker kent u hopelijk het gevoel dat genoemde schakers bijna onophoudelijk moeten ervaren, het gevoel dat met een plotselinge inval van inspiratie gepaard gaat. Opeens ziet u een kansrijk plan of een winnend offer. Het bedoelde gevoel is een van de meest bevredigende gevoelens die met schaken gepaard gaan, kan ik u uit ervaring van lang geleden vertellen. Met de arme zielen die van dit gevoel in de meeste schaakpartijen verstoken blijven, mijzelf tegenwoordig incluis, kan ik slechts diep medelijden hebben.

Gegeven dat een inval van inspiratie en geïnspireerd schaken zo waardevol zijn, hoe kunnen wij onze inspiratie stimuleren?
Een eerste poging tot het stimuleren van de inspiratie is met name door H. Brak en S. Sofan ondernomen, met wisselende resultaten. Hierover wil ik slechts opmerken dat geen van beide nog lid van de vereniging is, en dat binnen roken bij Vredeburg tegenwoordig verboden is.
Ten tweede moet men niet bang zijn om de inspiratie te laten stromen. Dit kan men leren van inspiratie-grootheden zoals Rommel, Hafkamp en Limmen. Echt geïnspireerde schakers zoals zij zijn niet bang. Deze onverschrokkenen zijn zich doorgaans weldegelijk bewust van de gevaren van hun geïnspireerde zetten, maar malen niet om die gevaren. Liever geïnspireerd verliezen dan laf remise spelen, aldus het adagium van Hafkamp, en daar kunnen velen wat van leren.
Ten derde kan men proberen een beroep te doen op goddelijke inspiratie. Met zijn veelvuldige plengoffers lijkt Robin deze strategie te volgen, eveneens met wisselende resultaten. Misschien kan Maarten hem vertellen welke godheid in de geschiedenis als god van het schaken is aangemerkt, zodat Robin meer gerichte plengoffers kan plegen.
Ten vierde kan men, met mate en alleen wanneer men de daartoe geëigende leeftijd heeft bereikt uiteraard, een biertje drinken om de inspiratie te bevorderen. Bert Hollander heeft in zijn columns zijn twijfel uitgesproken over de waarde van bier bij schaken, maar hij kan hier nauwelijks al als ervaringsdeskundige worden opgevat. De resultaten van de afvaardigingen van deze vereniging naar het NK snelschaak voor clubteams leren dat een gematigde bierconsumptie zeker kan leiden tot verhoogde inspiratie en prestatie - bij snelschaken althans.
De laatste en meest serieus bedoelde tip om de inspiratie te bevorderen is van elkaar te leren. Met name kan men veel inspiratie opdoen van spelers met heel andere speltypen dan men zelf heeft. Speelt u bijvoorbeeld altijd 1. e2-e4, verdiep u dan eens in partijen van clubgenoten die, van alle dingen, iets lelijks en ogenschijnlijk onzinnigs als 1. f2-f4 spelen. Juist wat u op het eerste oog vreemd overkomt, kan bijzonder leerzaam blijken. Zo heb ikzelf veel geleerd van een opening als 1. g2-g3, een zet die mij ooit als nagenoeg waanzinnig overkwam, maar tegenwoordig als flexibel en kansrijk.

Hopelijk biedt dit stuk inspiratie om na te denken over uw eigen . . . precies, inspiratie. Dat gun ik met name de geïnteresseerde clubspeler die vele partijen per clubavond volgt, maar dikwijls op akelige, inspiratieloze schuifpartijen wordt 'getrakteerd'. Het motto voor 2010: laat schuiven aan dammers over.

Koen Kramer
15-01-2010


Waar zijn toch al die chessbabes?

Vele jaren heeft Vredeburg een viertal afgevaardigd naar het snelschaakkampioenschap voor clubteams. Aan deze avonturen denk ik met veel plezier terug. Op dit toernooi doet ook de nationale schaaktop van Nederland mee (gelukkig is dit toernooi in verschillende klassen ingedeeld). Enkele jaren geleden waren we met een viertal in Den Haag om mee te dingen naar de titel Nederlands kampioen van de derde klasse onderbond.

Bij de reis naar bestemming wordt reeds duidelijk dat een schaaktoernooi aanstaande is. Op de A4 naar Den Haag kom je steeds vaker autootjes met vier verloren mannen tegen. Wanneer we het hotel naderen stijgt het nerd-gehalte naar astronomische hoogten. Eenmaal in het hotel begeven we ons in een hal met uitsluitend stinkende mannen en broeken met hoog water. We voelen ons meteen thuis.

Ons team heeft als trademark dat we om tien uur een biertje drinken om los te komen voor het toernooi. En zo deed het zich voor dat ik samen met onze charismatische teamcaptain bij de nationale schaaktop van Nederland het vak probeerde af te kijken. Biertje in de linkerhand, volumeknop op stand 25 vraagt de teamcaptain in aanwezigheid van de schaakgroten en verzamelde pers waar toch al die chessbabes zijn. Deze vraag houdt mij zo af en toe nog steeds bezig. Waarom zijn er zo weinig vrouwen in het schaken?

Zijn ze dan niet goed in schaken? Hiervoor is weinig onderbouwing, kijk maar naar de Polgar zusjes of de vrouwen op onze eigen club. Het glazenplafond bestaat mijn inziens niet in het schaken. Ook de schaaknerds, het onsportieve gedrag, de weinig modieuze kleding - het trekt natuurlijk niet, maar dat is iets te makkelijk. De belangrijkste reden is, denk ik, dat voor veel mannen de vrijdagavond een avondje rust van vrouw en kinderen vormt. Maar natuurlijk net zo goed andersom.

Zelf verwelkom ik natuurlijk meer vrouwelijke schakers. Uiteraard word ik niet graag geschoffeld door een klein meisje, maar dat risico ben ik bereid te nemen. Het is me overigens al een keer overkomen. De lieve schattige oogjes stonden in schril contrast met de wrede manier waarmee ik van het bord werd geschoven. Ik zie ook goede tekenen op onze club. Zo hebben we gelukkig al jaren onze eigen Marlies die met veel plezier mannen laat zien wie de broek aan heeft. Ook hebben we jaren een charmante bardame gehad...dat telt zeker voor de helft. En nu hebben we Sandra die op hoog niveau meedraait. Ligt dat dan toch aan die fristi?

Al met al zie ik de toekomst van het vrouwenschaak met vertrouwen tegemoet.

Bob Stolp
12-1-2010


De columns

Op deze pagina staan de columns geschreven door clubleden van sv Vredeburg.