Columns - Archief

Eerder gepubliceerde colums.

Columns gepubliceerd in april 2010.

Columns uit aug-dec 2010
Columns uit februari 2010
Columns uit januari 2010
Columns uit nov. en dec. 2009

De kast

Er zijn wel eens van die momenten dat je denkt dat de hele wereld tegen je is. Dit is het beeld van een pessimist. Een optimist zou zeggen dat niet de hele wereld je kent. Zo´n moment had ik een paar weken geleden. Ik was vol vreugde dat ik eindelijk een keer tegen mijn gevreesde zusje mocht spelen. Sandra wil thuis nooit schaken (niet omdat ze bang is om te verliezen, maar als ze speelt verliest ze altijd) en dus was het voor mij ook best wel een verassing hoe de partij zou verlopen. Ondertussen werd mij de hele tijd geluk gewenst en hoopte men dat zij zou winnen. Volledig de omgekeerde wereld, wat ik natuurlijk gelijk afstrafte, ik won.

Zonder te diep op te partij in te gaan, is het toch even leuk om nog even te reageren op de openingenkennis. Omdat ze alles nadoet wat ik ook doe, speelt ze de Spaanse opening (oftewel 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5). Ik was zwart en stond dit toe, want het enige systeem dat ik heb, is dat ik altijd kort wil rokeren, mijn loper op b4/b5 zetten, en zo mogelijk mijn f-pion naar f4/f5 te schuiven. Maar in noodgevallen wil ik nog wel eens een opening uit mijn hoofd leren. Uiteindelijk opende ik met een andere zet, ´die ik normaal nooit deed!´, zei ze verontwaardigd.

Onverwachte zetten zijn soms goed, soms fout. Het is goed, omdat je tegenstander dan altijd langer na moet denken dan als je een normale zet zou doen. Aan de andere kant is een onverwachte zet misschien wel onverwacht, omdat deze fout is. Daarom wijk ik ook het liefst niet te vaak van openingen uit boekjes af. Ik won een tijdje geleden met een geslaagde (onverwachte) koningsaanval. Daarentegen ging de bondswedstrijd verloren omdat ik onverwacht mijn toren weggaf?

Ik moet nog de titel verklaren voor iedereen op 10 mensen na, die allen zich op de zaterdagmiddag bij de Stap 5 lessen bevinden. De kast is de geheimzinnige berging tegenover de garderobe, dewelke door de normale mens nooit gebruikt wordt. Onverwacht was echter, dat om mij nog steeds onduidelijke reden, slachtoffer T.K. opgesloten werd in deze kast. Nogal kinderachtig gedoe van kinderen, die beter wat meer fristi hadden kunnen nemen. Tegenwoordig is deze manoeuvre niet meer onverwacht, wat betekent dat als je irritant bent, je jezelf aan het einde van de les eenzaam terugvindt. De oplettende lezer ontdekt hierin een klein moraaltje: niet zeuren, maar gewoon vaak spelen, dan zijn er geen onverwachte zetten meer!

Aanstaande zaterdag (afhankelijk van de datum wanneer deze column ter drukke gaat) zijn de examens voor het neo-nieuwe talent, stap 1 tot en met 3. Examens zijn in dit opzicht ook weer zowel onverwacht als verwacht, omdat men de opgaven niet kent, maar gelukkig heeft men het hele jaar kunnen oefenen met het soort opgaven waarover gevraagd wordt. Ik voorspel 24 april dan ook een verdiende 3-0 voor de hardwerkende leerlingen!

Om het nieuwsoverzicht af te maken, vermeld ik nog dat door de zogenaamde zustermoord die ik gepleegd heb, de spanning in het aspirantenklassement (-17j) weer helemaal terug is, en ook de spannende strijd in het damesklassement is leuk om te volgen. Ik excuseer mij voor het feit dat ik mijn columns kwalitatief echt niet langer dan een A4´tje krijg en ik wens iedereen nog een paar weken heel veel schaaksucces!

Bert Hollander
24-04-2010


Het ontplooien van talent

In eerdere bijdragen aan deze column is al verscheidene malen opgemerkt hoeveel talent onze club herbergt. Dat wil ik in deze column niet ter discussie stellen; integendeel, ik stem er volledig mee in. Ik wil zelfs stellen dat iedereen op de vereniging veel talent heeft - hoewel niet iedereen zijn talent in gelijke mate heeft ontwikkeld.

Ten eerste is er natuurlijk het oudere talent, de talenten die al enkele jaren meedraaien en hun plaats in de competitie gevonden hebben. Hoewel deze personen vaak zeer getalenteerd zijn, kennen hun resultaten weinig progressie - al is het maar omdat ze zich in een spelersveld bevinden bestaande uit voornamelijk talenten. Hoewel iedereen het talent van deze spelers erkent, is reeds uitgekristalliseerd wat van deze talenten te verwachten valt: hun speelsterkte en resultaten zijn min of meer constant, weliswaar niet in een individuele partij, maar wel in de competitie als geheel.

Interessanter is het nieuwe talent, en doorgaans is het nieuwe talent eveneens het jonge talent. De speelsterkte en resultaten van spelers in deze categorie zijn veel moeilijker in te schatten, vooral omdat deze talenten volop in ontwikkeling zijn. Ze worden met het seizoen beter, en sommige zelfs met de week. Oudere talenten zitten niet zelden trillend als rietjes tegenover de jonge talenten, juist omdat de jonge talenten zo onberekenbaar zijn. Een strategie of val die vorig seizoen tegen het jonge talent nog zijn vruchten afwierp, kan dit seizoen niet alleen niet werken, maar zelfs genadeloos worden afgestraft.

Het verschil tussen het oude talent en het jonge talent is dat het jonge talent nog groeiende is, terwijl de progressie van het oude talent min of meer is gestagneerd. Het jonge talent ontplooit zijn talent, terwijl het talent van het oude talent ofwel al volledig ontplooid is ofwel nooit volledig tot ontplooiing is gekomen. Maar het oude talent was ooit jong talent: deze schakers ontwikkelden zich en deden, bij hun opkomst, de oude garde baden in het oude zweet. En al het jong talent wordt ooit oud talent: de ontwikkeling houdt ergens op, en zowel de speelsterkte als de resultaten stabiliseren.

De vraag is alleen hoe snel de ontwikkeling ophoudt. Bij sommige talenten is de ontplooiing gestagneerd toen ze bij het Pionnendiploma en passant slaan moesten leren. Anderen winnen zelfs, in een simultaanpartij weliswaar, van de regerend Nederlands kampioen, om vervolgens een enorme terugval te beleven. En in veel gevallen waar onmiskenbaar veel talent aanwezig is, vallen de resultaten erg tegen. Talent is dus niet alles: talent moet ook geactualiseerd worden, ontplooid. Een belangrijke zorg van een schaakvereniging moet dan ook zijn dat de stagnatie van de actualisering van talent zo lang mogelijk wordt uitgesteld.

Omgekeerd zijn er ook gevallen bekend van schakers die weinig talent hebben maar desalniettemin goede resultaten behalen. Deze schakers hebben misschien niet veel talent, maar ieder beetje talent dat ze hebben wordt benut. Ikzelf behoor tot deze categorie. Zo kan men met weinig talent nog vrij ver komen, zolang men zijn beetje talent maar goed gebruikt.

Het gaat dus niet alleen om het hebben van talent, maar ook om het ontplooien van het talent dat men heeft. Over het hebben van talent kan ik niet veel zeggen - men wordt nu eenmaal met een meer of minder grote dosis schaaktalent geboren, daar kan ik niet veel aan veranderen. Een suggestie voor de toekomst is wel dat men zich slechts voortplant met partners met een grote hoeveelheid talent. 'Survival of the most talented', zo te zeggen. Wel kan ik uitweiden over het verwezenlijken van talent, hoe gering dat talent ook is, waarin ik immers ervaringsdeskundige ben. Ik zal in het vervolg van deze editie van de column dus een aantal tips geven om uw talent beter te benutten.

Mijn eigen talent is zonder twijfel voornamelijk ontwikkeld door het schaken met Bob. Terwijl we eigenlijk kranten moesten bezorgen, zaten we soms uren te snelschaken, tot de verontwaardigde telefoontjes van NRC- of Paroolabonnees ons de deur uit dreven. Mijn eerste suggestie, als ervaringsdeskundige, voor het ontplooien van talent, is dus veel met Bob te gaan schaken. Bij mij werkte dat voortreffelijk. Helaas is Bob tegenwoordig nogal druk, dus zal het u moeilijk vallen met Bob de uren schaakpraktijk te bereiken die ik met hem heb beleefd. Een alternatief is uw eigen Bob te vinden. Bij voorkeur is een Bob iemand waarmee u veel kunt schaken en die, zeker in het begin, sterker is dan u zelf bent. Van een speler die sterker is dan u zelf bent leert u zonder twijfel meer dan van een zwakkere speler of zelfs één van uw eigen niveau.

Een tweede suggestie is - ik durf het nauwelijks te zeggen - af en toe een schaakboek open te slaan. Veel van onze aanstormende talenten bestuderen momenteel Stap 5, en dat legt hen geen windeieren - de vooruitgang in hun spel is onmiskenbaar. In Stap 5 leren ze met name nog sterker combineren en leren ze spelplannen te ontwikkelen. In het stappenplan wordt weinig aandacht aan de opening geschonken, en ook positiespel blijft wat onderbelicht. Toch zou mijn advies aan de aanstormende talen zijn, dat ze zich vooral op sterk combineren moeten richten, en daarbij lekker aanvallend moeten spelen. Als je lekker aanvalt en goed kunt combineren, kun je ver komen, zelfs als je positiespel wat zwakker is. Misschien is het wel aan te raden een opening te leren waarvan uit je flink aan kunt vallen - bijvoorbeeld het koningsgambiet. Ook oudere talenten wil ik aanraden veel te oefenen met combineren. De oefenmaterialen die Cees op de website heeft gezet, en die hij nog steeds aan het uitbreiden is, zijn hiervoor ideaal. Maak iedere dag eens een paar puzzels hiervan, en je merkt dat je speelsterkte vooruit gaat. En het is nog leuk ook!

Ten derde is het goed af en toe een toernooi te spelen. Dan heeft men extra oefening, en oefening baart kunst. Het zou leuk zijn af en toe een toernooi met meerdere clubtalenten naar een toernooi te gaan - dan is een toernooi niet alleen extra leerzaam, maar ook extra leuk. Hier ligt een taak voor de trainers: in de gaten te houden wanneer er geschikte toernooien plaatsvinden, en de deelname van onze talenten aan geschikte toernooien stimuleren en coördineren. Alles voor de ontwikkeling van talent!

Ten vierde is het, als je echt goed wilt gaan schaken, aan te raden als een kluizenaar door het leven te gaan: geen drank gebruiken, geen relatie en zeker geen vier kinderen nemen, op tijd naar bed gaan. Bij voorkeur niet gaan studeren buiten de schaakstudie om. Dit lijkt radicaal, maar het is de levenswijze van de meeste topschakers. Schaken is niet saai, maar de meeste topschakers zijn dat wel. Voor de meeste van hen is hun levenswijze eigenlijk helemaal geen keuze.

Dit zijn tot dusverre mijn suggesties. Men kan voor zichzelf beslissen in hoeverre men mijn suggesties op wil volgen. Ik ben zeer benieuwd hoe het talent op onze club zich verder zal ontplooien naar aanleiding van mijn suggesties. Als één van onze talenten nog eens naam gaat maken in de schaakwereld hoop ik dat dit talent mij en mijn waardevolle suggesties niet vergeet.

Koen Kramer
17-04-2010


The Road not Taken

Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;

Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim
Because it was grassy and wanted wear,
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I marked the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I,
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.


Robert Frost

Vaak schrijf ik mijn stukken over zaken gerelateerd aan het schaken. Koen heeft al eens wat tips gegeven over psychologie, talent en inspiratie. Echter nooit een inhoudelijk stuk. Nu bij deze de primeur: De Bird opening.

In het verleden heb ik me schuldig gemaakt aan het leren van varianten van 10, soms zelfs 15 zetten in diverse openingen als het siciliaans en het koningsgambiet. Een alternatief is om in de opening een aantal regels in acht te nemen:
-
-
-
-
-
-


Maar zelfs met deze regels in het achterhoofd is het mogelijk in een of ander "grapje" (want zo grappig is het niet als u het slachtoffer bent) te trappen.

Al in eerdere stukken is aangestipt dat ook het spelen van een systeem voordelen kan bieden aan hen die zich niet willen vermoeien met het stampen van lange reeksen openingszetten. Voor deze laatste optie heb ik gekozen zonder de regels hierboven uit het oog te verliezen.

Tegenwoordig heb ik een paar systemen die ik hanteer: met wit de Bird en met zwart koningsindische systemen. De systemen hebben een aantal overeenkomsten, maar ook een paar verschillen. De Bird begint met f4 en afhankelijk van de zetten van de tegenstander zal ik vaak een opstelling aannemen met g3, d3, Pf3, Lg2, 0-0, De1 en als het even kan Pc3 gevolgd door e4. Met koningsindische systemen zal ik met zwart eenzelfde opstelling beogen. Echter kan na e4 zwart niet antwoorden met f5 (het is in ieder geval zeer dubieus). Daarom transponeer ik vaak via Pirc (d6) of nog vaker koningsfianchetto (g6) naar een opstelling waar ik op enig moment f5 en e5 probeer door te drukken.

De titel verraadt het enigszins, ik ga het vooral over de Bird hebben. Veel boeken en schrijvers zijn zeer kritisch over deze openingszet. Echter met zwart is de hollandse opening (1. d4 f5) volledig geaccepteerd. De zelfde opening met een tempo meer wordt echter verguisd. Dit is mijns inziens niet terecht.

De Bird heeft een groot aantal mogelijkheden waarvan ik, de opstelling verraadde het al, een Leningrad Bird speel. De hoofdvariant gaat als volgt: 1.f4 d5 2. Pf3 g6 3. g3 Lg7 4. Lg2 c5 5. 0-0 Pf6 6. d3 0-0 7. c3 Pc6. Zelf probeer ik c3 te vervangen door Pc3, omdat het iets actiever is (ik weet overigens niet of het goed is). De pionzet heeft echter als voordeel dat zwart niet makkelijk met Pb4 kan komen na De1. In het verleden heb ik c3 ook met succes gespeeld, maar het is net even langzamer. Het is veeleer een kwestie van smaak en deels van de zetten van de tegenstander.

Een variant die niet gevaarlijk is, maar wel gekend moet worden door de witspeler is "the recipe". Dit gaat als volgt: 1. f4 d5 2. Pf3 Pf6 3. g3 Pc6 4. Lg2 Lg4 met het idee Lxf3 gevolgd door e5. Hier hoeft wit niet bang voor te zijn. De witspeler kan gewoon 0-0 spelen en zelfs terugslaan met Txf3. Het idee is dat na 5. 0-0 Lxf3 6. Txf3 e5 7. xe5 Pxe5 8. Tf5 genoeg druk ontstaat op de d5 pion.

Het bovenstaande lijkt al weer op theorie. Bijna alle varianten kunnen echter met wisseling van zetten goed gespeeld worden. Hiermee blijft het een relatief makkelijke opening om te leren. Uiteraard is het mogelijk om de theorie beter te leren en daarmee betere resultaten te halen. Het is ook mogelijk om een tegenstander tegen te komen die het weer net even beter weet, maar de kans is weer kleiner dan bij de meer reguliere openingen.

Bijna alle zwartspelers zullen een antwoord spelen met d5. Bijna alle alternatieven zullen via transponering eindigen in varianten die ook met d5 konden beginnen, bijvoorbeeld via b6 of g6. Toch is een antwoord nog het vermelden waard: het From's gambiet. De zwartspeler antwoordt in dit geval met e5 en offert zijn e-pion op voor activiteit. Deze lijnen kunnen worden voorkomen door met e4 over te gaan in het koningsgambiet. Ik geloof echter dat deze varianten zodanig slecht zijn voor zwart dat ik de uitdaging altijd aanga. Hiervoor is echter wel een goede kennis nodig van deze opening, anders gaat de witspeler hopeloos ten onder.

In dit stuk zal ik de twee hoofdvarianten behandelen: de Lasker-variant en de Mestel-variant. Ik zal niet teveel de diepte ingaan, anders ontkracht ik de term systeem en begint het weer te lijken op theorie. Zelf vind ik overigens de varianten zodanig scherp dat het vermakelijk is om het een keer grondiger te bestuderen.

De Lasker-variant gaat 1. f4 e5 2. xe5 d6 3. xd6 Lxd6 4. Pf3 (anders volgt 4. ... Dh4+ 5. g3 Dxg3 6. xg3 Lxg3 mat) g5. De dreiging zit in g4 waarna het paard weg moet en de eerder genoemde matdreiging wederom aan bod komt. Een vervelende dreiging, maar gelukkig kan wit vrij makkelijk 5. g3 spelen. De hoofd variant gaat verder met 5. ... g4 6. Ph4 Pe7 7. d4 Pg6 8. Pxg6 hxg6 9. Dd3 Pc6 10. c3 (geen 10. Pc3, want dan volgt Pxd4 11. Dxd4 Lxg3+ met damewinst) Lf5 11. e4 De7 12. Lg2 0-0-0 13. Le3. Na bijvoorbeeld 13. ... Tde8 14. Pd2 Txh2 15. Txh2 Lxg3+ 16. Ke2 Lxh2 18. xf5 staat wit een stuk voor. Dit is geen gedwongen variant, maar geeft wel aan dat de dreiging met Txh2 geen goed plan is.

De Mestel-variant is meer behoudend en biedt betere kansen aan de zwart speler. Ik ga de scherpste variant laten zien plus een variant die ik zelf veel tegenkom. De Mestel-variant gaat 1. f4 e5 2. xe5 d6 3. xd6 Lxd6 4. Pf3 Pf6 5. d4 en nu heeft zwart meerdere opties. De scherpste variant gaat 5. ... Pg4 6. Dd3 en nu lijkt zwart op twee manieren een pion te kunnen winnen op h2. Echter beide varianten verliezen juist een stuk voor zwart. Na 6. ... Pxh2 7. Pxh2 Dh4+ 8. Kd1 Lxh2 9. Pd2 zal zwart altijd de loper op h2 verliezen. Indien zwart kiest voor 6. ... Lxh2 7. Pxh2 Dh4+ 8. g3 Dh5 9. De4+ Le6 10. Pxg4. Let op: door De4+ staat de toren ook weer gedekt. Naast de scherpe variant Pg5 wordt ook vaak gekozen voor 5. ... 0-0. In dat geval heeft wit meerdere keuzes, maar de keuze die ik prefereer is 6. e4 (een tegengambiet!) Pxe4 7. Ld3 Te8 8. 0-0 Lg4 9. Lxe4 Txe4 10. Dd3 Lxf3 Dxf3 en zo verder. Hier zitten echter ook een hoop vertakkingen in. Naast het tegengambiet is 6. Lg5 een goede voortzetting voor wit.

Het is uiteraard van belang deze varianten te kennen indien wordt gekozen de From te spelen. Het alternatief is het koningsgambiet en ik kan u verzekeren dat daar minstens zoveel theorie voor nodig is. Echter in een lange partij zijn weinig spelers te vinden die het aan durven met zwart de From te spelen. Indien u kiest de Bird opening te spelen is het echter essentieel ook door deze zijvarianten levend heen te kunnen komen.

Voor degenen die toch wat angstig zijn geworden van de hierboven gepresenteerde varianten is ook altijd te optie om gewoon g3 te spelen en via voorbereidende zetten tot e4 en f4 te komen. Zelf wil ik echter zo min mogelijk wachten met het spelen van f4. Het is een mooie zet om uit de klauwen te blijven van de gebaande paden. "I like to travel the road less travelled." Misschien is het in dat licht misschien zelfs leuker om de From niet eens aan te nemen, maar door te gaan met Pf3 en e4 in plaats van xd6. Ik kan u verzekeren dat zowel theorie als tegenstander hier niet veel van weten.

De Bird is in ieder geval een speelbaar systeem en vergt minder theoretische kennis dan openingen als e4 en d4. Ik hoop u met deze uiteenzetting op nieuwe ideeën en inspiratie te brengen.

Bob Stolp
9-4-2010


De columns

Op deze pagina staan de columns geschreven door clubleden van sv Vredeburg.