Columns - Archief

Eerder gepubliceerde colums.

Columns gepubliceerd in de periode augustus tot december 2010.

Columns uit april 2010
Columns uit februari 2010
Columns uit januari 2010
Columns uit nov. en dec. 2009

Getallen en de waarheid

Mijn vak is het zodanig rubriceren van getallen dat dit een weergave is van de getrouwheid van deze reeksen van cijfers. Ik weet echter ook heel goed dat je getallen kan misbruiken om je gelijk aan te tonen.

Mijn buurman Cees geeft in een aantal cijfervoorbeelden aan dat hijhoe je het ook wend of keer hij een betere schaker is dan ondergetekende. Hierbij gebruikt hij het zogenaamde keizersysteem met de in mijn ogen onterechte uitwassen als voorbeeld.

In deze competitie kan je alleen maar hoog eindigen als je veel kom omdat niet komen wordt beloond met een aftrek van 1/3 van de punten die je zou krijgen als je remise zou spelen. Dit kan je ook vertalen in als je speel en je speel geen remise heb je 50 % kans op winst of verlies dus de halve puntwaarde. Als je niet kom krijg je een derde van de puntwaarde of wel een straf van 1/6 van de totale puntwaarde. Is dat eerlijk. Als je er van uitga dat een competitiesysteem er op is gebaseerd om de sterkste te laten winnen is het geen goed systeem. Als een zeer sterke speler de helft van de keren wegblijft en hij de helft van de punten krijgt zal hij aanzienlijk hoger in de rangschikking komen maar wellicht nog geen kampioen worden. Als het systeem gewijzigd zou worden dat je bij wegblijven het gemiddeld van je huidige score zou krijgen zou zo een sper veel hoger eindigen en zelfs kampioen worden ( Koen Kramer zou dan ook in 2009 en 2010 clubkampioen) zijn geweest.

Wij werken met een ander systeem, waar ik behoudens de beloning van een verliespartij in de competitie vrede mee heb, dat niet altijd de sterkste schaker op de hoogste plaats laat komen.

Doordat ik regelmatig afbericht moet geven en daardoor ook niet ingespeeld raak ben ik een slachtoffer van dit systeem.

Ik heb zelf een ander rijtje in mijn hoofd waar ik mij meet met mijn buurman Cees en dat heet gemiddelde.

PartijenGemiddelde
JaarJanCeesJanCees
2009-2010161962.565.8
2008-2009152256.750.0
2007-2008142157.145.2
2006-2007162156.352.4
2005-2006172152.957.1
2004-2005212242.954.5
2003-2004182244.452.3


Dit lijstje geeft aan dat de stand nu 4-3 voor Cees is maar als dit lijstje wordt gebruikt als een progressie beoordeling blijkt dat Jan regelmatig ieder jaar zijn gemiddelde verbeterd en Cees zijn gemiddelde meer lijkt op de beurskoers van de laatste jaren, het kan stijgen en kan dalen.

Ik zal niet durven uitspreken dat ik een betere schaker ben als Cees. Schaken is een concentratiesport en een sport waar je door inovatie hoog kan scoren. Ik ga iedere week heen om te winnen. De partij tegen Gert Hafkamp ging verloren nadat ik een kwaliteit had gewonnen maar zo dom was om zijn dame in mijn koningsstelling toe te laten hetgeen gemakkelijk had kunnen worden voorkomen. Het gedurfde spel van Gert werd beloond en daar heb ik geen moeite mee.

Jan de Graaf
4-12-2010


Ongeslagen en onbevredigd

10 rondes gehad en nu pas mijn eerste bijdrage. Het sneeuwt buiten, maar in de eigen woning is het lekker warm. Inderdaad, u hoort het goed, een eigen woning in Castricum. Met andere woorden, ik kan niet meer de sterkste schaker worden van Limmen. Ik kan al geen juniorenkampioen meer worden en nu dit erbij. Weer een levensdoel aan diggelen, maar wat doe je eraan.

Het is al gezegd: het seizoen is reeds 10 ronden onderweg. Niet alle ronden was ik aanwezig, maar met de bekerwedstrijd, massakamp en wat externe ronden uit kom ik al ruimschoots aan mijn quotum. Met een derde plek en ongeslagen status lijk ik dit seizoen goed van start. Van de in totaal 12 partijen heb ik 6 keer gewonnen en 6 keer remise gespeeld. Dit vertaalt zich in een percentage van 75%. Op zichzelf helemaal niet slecht.

Ik lijk goed van start, maar ik ben allerminst tevreden. In een eerdere bijdrage aan deze column heb ik schaken wel eens vergeleken met kunst. Dat ene offer of je eigen onsterfelijke partij geeft een dot voldoening waar een stugge remise tegen een sterke tegenstander niet tegenop kan. Dit seizoen zijn er misschien drie zetten waar ik tevreden over ben en daar zitten vooral openingszetten bij.

Om kunst te creëren op het schaakbord moet je risico's durven nemen. Dit lijk ik een beetje kwijt te zijn. Vroeger studeerde ik op openingen. Tegenwoordig speel ik een systeem. Een systeem waar ik waarmee alle openingsgrappen ontwijk, de noodzaak tot studeren vervalt en waarin ik me veilig voel. Het heeft er alleen wel voor gezorgd dat ik nu al zo'n 3 jaar hetzelfde systeem speel en bijna niets anders in een serieuze partij durf te spelen.

De laatste paar patijen heb ik gekozen voor andere openingen. Een Scandinaviër in mijn externe partij tegen Aris de Heer, met zetverwisseling een Siciliaan tegen sluwe en lepe Ebels senior en een niet te duiden systeem (met g3) tegen mijn vader. Met een hoop remises tot gevolg, maar meer bevrediging uit de partij. Aan de openingen heeft het in deze partijen ook niet gelegen. Goede stellingen heb ik pas later met grote vakkundigheid laten verzanden.

Mijn schaakniveau is nog niet helemaal waar ik het zou willen hebben, maar de variëteit is weer terug in het spel. Misschien had ook ik wel een beetje last van quiet desperation.

Bob Stolp
4-12-2010


De schaakmissie van Jan

In het kelderverslag van 19 november schreef Jan:

De competitie vervalsing is helaas ten top gestegen. Doordat ons eerste elftal nu in een Mickey Mouse competitie speelt krijgen de eerste 8 spelers dit seizoen maar liefst 5 maal de kans om op vrijdagavond een vol punt te scoren. Jullie weten al hoe ik er over denk. Hoe moet ik dan mijn buurman Cees nu inhalen als hij zijn punten gewoon kado krijgt.

Zoals hij al eerder schriftelijk en vooral mondeling aangaf, is hij er een tegenstander van dat bij een nederlaag in een meetellende externe wedstrijd 'een derde deel van de punten' verdiend wordt. Blijkbaar vindt Jan dat hij door deze regeling achtergesteld wordt, net als de andere spelers die niet in de externe competitie uitkomen. Verder zegt hij dat de spelers die voor het eerste team uitkomen de punten volgens hem gratis krijgen. Overigens, het eerste team speelt dit seizoen 4 en niet 5 thuiswedstrijden in een competitie van 8 clubs waarvan er 4 een hogere gemiddelde rating hebben.

Maar ik vond het wel interessant om de invloed van de regel eens te onderzoeken. Om de gedachten te bepalen volgt hier de regeling zoals we die hanteren. We gebruiken voor de stand en indeling voor de interne competitie het systeem Keizer. In de instellingen van het programma is vastgelegd dat bij interne partijen bij winst factor 6 wordt gehanteerd, bij remise factor 3 en bij verlies factor 0. Bij externe partijen - en die tellen alleen mee als die op onze speelavond, vrijdagavond plaatsvinden - zijn die factoren respectievelijk 6, 3 en 2.

Hier is inderdaad sprake van verschil, maar hoeveel invloed heeft dat verschil op de stand in de interne competitie. Om dat uit te zoeken heb ik de suggestie van Jan toegepast en de factor bij verlies in een externe partij op 0 gezet. En wat blijkt: de huidige stand in de interne competitie is nagenoeg dezelfde als met de normale regeling. Geen wonder, want er zijn maar 2 verliespartijen te noteren geweest in een thuisgespeelde externe wedstrijd. Alleen Koen en Robert stijgen een plaats, Jan blijft in zijn voorgestelde methode op zijn plek in de ranglijst staan.

Systeem Jan heeft uiteraard de meeste invloed als er veel thuiswedstrijden worden verloren. In de nieuwe pagina's over de resultaten in de externe competitie is na te gaan dat het vorig seizoen een grote kans maakt om verschuivingen te zien. Er werd relatief veel verloren: het tweede team verloor 15 thuiswedstrijden, het eerste 12. En nu is de verschuiving in de ranglijst inderdaad veel groter. Er is echter zeker geen sprake van achterstelling van de kelderleden. Het blijkt dat de kelderleden gemiddeld 1/3 plek zouden zakken als we systeem Jan zouden toepassen. En de spelers die in dat seizoen uitkwamen voor het eerste team zakken gemiddeld zelfs iets meer. Waar zit de winst dan? Uiteraard bij de spelers die niet in de kelder en niet in het eerste team hebben gespeeld: Dylan en Thomas V. zouden 3 plaatsen hoger zijn geëindigd, Floris-Jan zelfs 4 plekken, maar de winnaar zou ik zelf zijn geweest: 5 plekken hoger op plek 6! En Jan? Jan zou met zijn eigen systeem 1 plek hoger zijn geëindigd op plek 24. Achterstelling van kelderleden?

Oh ja, die missie van Jan. Blijkbaar is het zijn streven boven mij te eindigen in de interne competitie. Vanaf het moment dat ik lid ben (2003-2004) eindigde Jan via systeem Keizer op achtereenvolgens plek 16, 27, 30, 25, 23, 22, 25. Ik op 14, 9, 11, 11, 19, 13, 11. Dat is dus 7-0 in mijn voordeel. Volgens systeem Jan gaat dat worden: voor Jan zelf 29, 17, 30, 25, 23, 21, 24 en voor mij 14, 7, 11, 10, 20, 13, 6. Alweer 7-0 voor mij!

Conclusie: systeem Jan helpt de spelers van het eerste team niet en benadeelt de kelderleden ook niet. Bovendien helpt het Jan niet aan een plek boven mij. Als ik een suggestie mag doen om dat wel voor elkaar te krijgen: komen en winnen.

Cees Dinkla
21-11-2010


Quiet Desperation


"The mass of men lead lives of quiet desperation" - Henry David Thoreau, Walden

Op de helft van de 19e eeuw schrijft Henry David Thoreau het merkwaardige Walden. In dit boek beschrijft hij hoe hij, op een gegeven moment in zijn leven, besluit zijn vertrouwde omgeving te verlaten en, bij wijze van experiment, in meer geïsoleerde en primitieve omstandigheden zijn bestaan voort te zetten. De situatie die hij achterlaat ervaart hij duidelijk als inauthentiek en vat hij in het bovenstaande, befaamde citaat.

Quiet desperation, oftewel stille wanhoop, is de staat waarin je verkeert als je eigenlijk weinig te klagen hebt maar er toch iets knaagt. Je situatie is beter dan marginaal, maar een gevoel van ontevredenheid blijft je bekruipen. Je leven is, rationeel bezien, acceptabel, maar bevat geen uitzicht op substantiële verbetering. Vergelijk het met een midlife-crisis: hoewel je een aardig rijtjeshuis, een half-interessante baan en een legertje lieve doch puberende pubers hebt, wil je motor leren rijden, elektrische gitaar leren spelen en een 20-jarige aziatische studente schaken. Toch onderneem je niets, want Jan Modaal is bang te verliezen wat hij heeft. Alles bij elkaar is zijn leven immers acceptabel.

Quiet desperation is grijs. Het is het meest grijze grijs, van alle poging tot kleur verstoken. En soms kan het meest grijze grijs meer beangstigend zijn dan het zwartste zwart. Als men niets te verliezen heeft, heeft men tenminste alles te winnen; een glas dat leeg is kan alleen maar voller worden.

Een soortgelijke ervaring had ik mijn vorige partij. Alwéér speelde ik dezelfde opening, zoals men jaren hetzelfde werk doet en in hetzelfde rijtjeshuis dezelfde dingen onderneemt, en alwéér was lafheid troef; ik wilde vooral een stelling zonder dreigingen tegen mij, om maar niet te hoeven verliezen. Uiteindelijk zou ik dan misschien wel winnen, als mijn tegenstander fouten ging maken, maar ik wilde vooral geen risico's lopen. Zo speel ik al tijden; ik wil in de eerste plaats een partij waarin ik geen kansen weggeef. De eerste zetten van de bedoelde partij verliepen als volgt.

  Koen Kramer   -    Thomas Voorwalt
  1.  f2-f4     ,    Pb8-c6
  2.  g2-g3     ,    e7-e5
  3.  d2-d3     ,    d7-d5
  4.  Pg1-f3    ,    f7-f6
  5.  Lf1-g2    ,    Pg8-h6
  6.  f4xe5     ,    f6xe5
  7.  Lc1xh6    ,    g7xh6
  8.  0-0       ,    e5-e4!

Zwart speelt een aantal innovatieve zetten - de laatste zet is in ieder geval energiek en vooruitstrevend - maar bij wit spat het gebrek aan inspiratie er af. En nu heeft wit een lastige stelling: op e4 slaan en daarna dames ruilen geeft een inspiratieloze stelling en ook het paard direct wegspelen ademt een sfeer van gelatenheid.

Maar nu was de maat vol. Het grijs was te grijs, de lafheid te wanhopig en ongeïnspireerd. Er moest iets gebeuren, en daarom kwam het drieste besluit:

  9.  e2-e3?!

Een stukoffer dus. Eerst te laf, dan te dapper; een mooi gevalletje van overcompensatie. Op het bord kan deze zet niet goed zijn, maar wit probeert zicht tenminste uit de dwangbuis der lafheid te wurmen. Hij heeft geluk dat zwart het stuk snel teruggeeft:

  9.  ...       ,    e4xf3
  10. Dd1xf3    ,    Lc8-e6
  11. Df3-h5+   ,    Ke8-d7
  12. Lg2-h3    ,    Lf8-e7?

Nu had zwart gewoon Le6xh3 moeten spelen; na 13. Dh5xh3+, Kd7-d6 of 13. Dh5xh3+, Kd7-e7 staat de zwarte konings weliswaar lastig, maar zijn extra stuk moet deze zwakte ruimschoots compenseren. Nu geeft hij eenvoudigweg het materiaal terug en houdt hij een slechte stelling over:

  13. Dh5xd5+

De zwarte loper op e6 staat gepend en gaat op de volgende zet verloren. Daarna heeft wit voldoende materieel en positioneel voordeel om te winnen. Dat deed hij uiteindelijk ook, hoewel zijn neiging tot overcompensatie er toe leidde dat hij onnodig moeilijk ging doen.

Ook nu is schaken een afspiegeling van het echte leven. Deze partij leert ons in elk geval dat het mogelijk is de stille wanhoop te ontvluchten. We kunnen aan het grijs ontsnappen, uit de gebaande paden breken. De veilige, bekende weg verlaten is natuurlijk - per definitie - niet zonder risico. Als men van de gebaande paden afwijkt kan men immers hopeloos verdwalen, waardoor men misschien nooit thuiskomt. In de onderhavige partij had mijn stukoffer bijvoorbeeld afgestraft moeten worden. Maar géén risico nemen is soms evenzeer gevaarlijk; je blijft in het bekende patroon steken zonder een kans gehad te hebben om méér ter bereiken. Sommigen spelen bijvoorbeeld buitengewoon veel remises en soms is remise meer kansloos dan verliezen.

Noch in schaken noch in het echte leven moet je dus het avontuur schuwen: als je de veilige haven verlaat kan je al varende zoekgeraken, maar je hebt tenminste geváren. "The risk is worth the gain", volgens de progressieve rockband Alterbridge. Of in dit geval: "The risk is worth the game".

Koen Kramer
7-11-2010


De man met de spreekwoordelijke hamer

Op de dag dat ik deze column schrijf is het de dag van de statistiek. 20-10-20-10 is namelijk een zeer bijzondere dag. En gezien het nieuwe nieuws op de site ben ik eens mijn eigen statistiek na gaan trekken, erg deprimerend...

Het is - persoonlijk gezien - niet de meest geweldige start van het seizoen. Begonnen met drie plusremises, al niet echt een geweldig resultaat, mocht ik toch de club mede vertegenwoordigen voor de bond. Zonder succes. Twee dagen schaken, twee nederlagen. Maar toen, een paar dagen later, kwam pas echt de spreekwoordelijke tegenstander met de hamer: bekend wordt dat de ranglijst wordt herschikt met oneindig veel herberekeningen! Ik sta ineens nog zes plaatsen lager met het slechtste percentage dat ik ooit heb behaald. Gelukkig steunt het thuisfront me zogauw ook zij de nieuwe ranglijst zien: "Ha, ik sta eerste. En jij? Twintig plaatsen lager? Hahahaha..." Ja, erg opbeurend allemaal.

En dat terwijl ik vorige week woensdag nog vol positivisme was: ik was zelfs in mijn vrije tijd met wiskunde bezig, om een winnende formule te berekenen. Uiteraard niet gevonden, net als de winnende opening, de kleur waarmee de kans op winst het grootst was, niks. Eindelijk kon ik van mijn eigen kracht uitgaan. Dit werd een dag later genadeloos afgestraft in het pittoreske Purmerend. Of dat geheel mijn eigen schuld was... Het begon al met het feit dat we de afslag misten, en bovendien werkten de leden van de thuisclub ook niet erg mee; de ronde-indeling werd hardop voorgelezen en de wedstrijdleider had drie klokken verkeerd ingesteld. De batterij van mijn klok ging op, en een lawaaierige klok maakte plaats. Zogenaamd "schaakblindheid" was het gevolg na 26 zetten. En de dag later in het levensgevaarlijke Limmen was ook niet leuk om mee te maken. Het gaat de volgende ronde vast beter, vast. Ben ik gefrustreerd? Nee hoor, wat zal mij die ranglijst uitmaken... Ik hou alleen sinds 2008 een Excel-bestand bij waarin ik telkens plaats, tegenstander, wit-zwart-balans en rang noteer.

Diep van binnen hoop ik natuurlijk dat Sandra ronde 4 winnend weet af te sluiten. Maar ik heb tóch iets nodig om mee terug te pesten, hoe raar dat ook klinkt. Gelukkig ben ik beter in rekenen.

Bert Hollander
20-10-2010


Nieuwe ronden, nieuwe kansen

Weet u nog hoe u vroeger aftelde naar uw verjaardag? Hoe u bijhield hoeveel nachtjes u nog moest slapen om (hopelijk) uw nieuwe fiets, skateboard of goudvis in ontvangst te nemen? Tegenwoordig telt u ongetwijfeld, net als ik, af naar de opening van het nieuwe schaakseizoen. Inmiddels is het nog maar zeven nachtjes slapen! (Of wakker liggen, als u heel enthousiast bent.)

Voor velen is het nieuwe seizoen vooral een kans om de vermeende wanprestaties van het vorige seizoen goed te maken. Het nieuwe seizoen biedt de mogelijkheid om die speler waar u vorig jaar zo onterecht van verloor eindelijk op zijn nummer te zetten. Of u heeft de hele zomer de plagerijen van uw broer moeten doorstaan, omdat hij boven u geëindigd is. Wat dat betreft is het voor Jos nog een geluk dat hij geen familie op de vereniging heeft. Het moet voor hem al zwaar genoeg zijn om zijn laagste eindnotering in jaren (in ieder geval sinds 2002-2003) te verkroppen.

In mijn geval is de vaste vraag hoe actief ik zal zijn in het nieuwe seizoen. Vorig jaar heb ik wel weer iets meer gespeeld dan het jaar daarvóór, maar het is nog steeds weinig. Op dit moment is voor mij nog niet in te schatten hoe mijn jaar eruit gaat zien. Want sinds 1 september heb ik het veilige, beschutte studentenleven achter me gelaten, en momenteel ben ik druk solliciterende. Ik weet dus nog niet wat de nabije toekomst te bieden heeft, en waar ik terechtkom heeft ongetwijfeld grote invloed op mijn schaakseizoen. Sta me toe u twee scenario's te schetsen.

Stel dat ik werkloos blijf, niet geheel ondenkbaar als je kauwgomballenstudies als Filosofie en Communicatie- en Informatiewetenschappen hebt gedaan. Ik zit de hele week thuis, en om de verveling tegen te gaan duik ik de schaakboeken in en loop ik toernooien af. Bovendien slaap ik veel, aangezien ik niet vroeg op hoef en ook slapen de tijd doodt. Ik leef naar vrijdagavond toe - ik ben dan ook iedere ronde aanwezig - en neem uitgerust en goed voorbereid achter het schaakbord plaats. Als ik daar eenmaal zit ben ik scherp en geconcentreerd, met als gevolg dat uw flauwe valletjes al worden opgemerkt voor u ze zelf bedacht heeft. Ik veeg u, en omdat ik blut ben moet u ook nog eens de hele avond uw eigen drank bekostigen. Natuurlijk word ik eenvoudig kampioen, zonder noemenswaardige tegenstand. Ik word nog arroganter over mijn eigen schaakkwaliteiten, natuurlijk vooral om mijn overige falen te compenseren, en zal geen gelegenheid onbenut laten om mijn suprematie in te wrijven.

Maar dan het tweede scenario. Ik heb, wonder boven wonder, een goede en drukke baan bemachtigd die al mijn energie en tijd opslokt. Ik leef naar vrijdagavond toe, maar vooral omdat dan het weekend begint. Meestal heb ik dan geen zin om te schaken en zit ik liever op de bank talentenshows te kijken (daar hoef je tenminste niet bij na te denken). Of ik heb wel zin om te schaken, maar moet van moeder de vrouw op de bank zitten omdat ik met mijn drukke baan altijd weg ben en zij van talentenshows houdt. Op vrijdagavond komt u mij dus bijna nooit tegen, en als ik er eens ben hoeft u mij niet te vrezen. Dan zit ik uitgeblust en opgebrand achter mijn bord, en de strijd mijn dichtzakkende oogleden staat niet toe dat ik ook op het bord strijd lever. Uw flauwe valletjes, die ik nooit heb zien aankomen, lukken allemaal; voor de derde keer in het seizoen trap ik in het herdersmat. U veegt me, en omdat ik zo een goede baan heb bekostig ik ook nog eens een deel van uw drankinname. Ik eindig in de middenmoot, en dan alleen maar omdat mijn hoge afwezigheid me nog wat punten oplevert.

Al iets gelezen dat u bevalt? Natuurlijk! Natuurlijk wilt u op kunnen scheppen dat u van mij gewonnen heeft en boven mij bent geëindigd. Dat begrijp ik best, zo zit ik zelf ook in elkaar. Bovendien wilt u van mijn arrogante gewauwel gevrijwaard zijn, en dus is het tweede scenario als een droom voor u en het eerste als een nachtmerrie. En dat alles hangt af van de vraag of deze jongen een passende baan weet te vinden. Sociaal als ik ben hoop ik dus voor u dat mijn sollicitatiepogingen vrucht af zullen werpen.

Koen Kramer
9-12-2010


Een geslaagd toernooi?

Nee, dat niet. Voor ik begin met de column toch nog even de felicitaties voor de medeschakers die dit jaar ook examen deden, naar wat ik weet zijn die net als ik geslaagd. Net voordat schakend ik met zomerreces ging, besloot ik dat het misschien toch leuk was om mee te doen met het Nova Collegetoernooi in Haarlem.

Ik zeg misschien, omdat er toch nog wel wat af te wegen was. Zo bleek dat ik de 20 euro´s aan inschrijfgeld voor eigen rekening mocht nemen - ik ben bang dat daar geen potje op de club voor gemaakt kan worden . . . - en het feit dat het een weekendtoernooi was. Het was één potje op vrijdagavond (tot eventueel middernacht), dan zaterdag de hele dag (van 9 uur ´s ochtends tot half twaalf in de avond) en zondagmorgen en -middag nog twee. Maar u raadt het al: ik deed het toch.

Gelukkig was het toernooi opgedeeld in groepen, zodat ik niet tegen een van de acht grootmeesters hoefde te spelen. Met mijn rating van 1419 zou ik toch wel in de middenmoot kunnen komen, sinds de grens was gesteld op 1650. Dus vol vertrouwen ging ik na de wedstrijd Nederland - Brazilië richting het station, want niets is leuker dan met de trein te reizen. Na aankomst in Haarlem was het nog ruim anderhalve kilometer lopen, maar met lekker droog weer was het goed te doen. Het was een leuke wandeling door een achterstandswijk, die ook nog eens slecht waren in straatnamen spellen. De ex-president van de VS heette namelijk geen Roosveld . . .

En zo kwam ik mooi op tijd bij het Nova College - ik geloof een MBO-school - waar al een hoop mensen aanwezig waren. We schaakten in de kantine, met de bar niet ver weg. De opening was ook leuk, met de wethouder die aan het eerste bord de eerste zet mag doen, waarna de gong klonk. Vervelend puntje was dat volgens het Zwitsers systeem wordt geschaakt. Zonder al te veel details betekent dat dat in de 1e ronde de eerste helft (qua sterkte) tegen de andere helft mag schaken. Ik mocht dus tegen de als nummer 4 geplaatste en dat viel goed te merken, want een blundertje op zet 20 werd gelijk afgestraft. Met een paard en een pion minder was het daarna ook vlug afgelopen. Maar net als in de clubcompetitie hoeft een nederlaag niet per se negatief te worden opgepakt. Bekijk het door een roze bril: morgen mag ik tegen een makkelijkere tegenstander.

Het was een kort, zwoel nachtje. Nog half slapend stapte ik net na half acht weer op de fiets, en kwam na ruim drie kwartier weer bij het gebouw. Mijn tegenstander was op papier inderdaad makkelijker, gelukkig schaakt iedereen beter dan rating 870. Mijn openingsvalletje met zwart bij het Falkbeer tegengambiet lukte, en na nog een paar aparte zetten van wit stond hij na negen zetten vast met de koning. Ik had de partij binnen zeven minuten gewonnen! De dag kon niet meer stuk, en omdat de volgende partij pas vijf uur later begon, ging ik tussendoor even naar huis toe. ´s Middags was ronde 3, waarin ik tegen een meisje mocht schaken die Hidde nog wel kent. Die ging namelijk tijdens het massakamp tegen Oppositie de boot in en nu snap ik waarom. Ik stond helemaal vast. Gelukkig wist zij ook niet meer wat te doen, en nam ze mijn remiseaanbod aan. Met 1,5 uit 3 had ik niet veel te klagen.

Wat erg leuk was, was dat de eerste vier borden van de A-groep waren aangesloten op het internet. Zo zag ik later kampioen wordende GM Sadler met zwart ´s ochtends openen: 1.e4 a6 2.d4 h6 Erg grappig, nog grappiger was dat hij van de andere grootmeester binnen 22 zetten won. Het bewijs dus dat openingstheorie niet noodzakelijk is, als je maar een strategie hebt. Vanaf 15:00 ging de collegezaal open, waar ik gezellig met een paar anderen de mogelijkheden live zat te analyseren voor de grootmeesters. Zeer aan te raden voor iedereen, hier gaat je schaakspel echt van vooruit. Ik zei trouwens "een paar anderen", want het merendeel vond Duitsland - Argentinië leuker om te analyseren . . .

Dan nog even het avondeten. Je moest namelijk voor je eigen diner zorgen, en ik wilde alleen even een patatje. Deze hadden ze aan de schoolbar niet, dus besloot ik naar de kiosk van station Overveen te gaan. Het regende inmiddels wel, en in alleen een t-shirtje is een kilometer door de regen lopen best vervelend. Nog vervelende was het feit dat de kiosk plaats had moeten maken voor een heus driesterrenrestaurant. Ik besloot naar een cafeetje te gaan, maar daar kwamen ze met het verhaal dat ik of naar Bloemendaal, of terug Haarlem in moest voor mijn aardappelsprietjes. Bijzonder triest.

Waarom ik dit vertel, is omdat mijn concentratie toch een tik moet hebben gehad. Voor mijn derde partij van de dag stond iemand met rating 1240 op het schema. Maar nadat mijn koningsaanval verslapte, nam zij het over en dat resulteerde op twee torens op de 7e rij tegen. Na dag twee stond ik dus met 1,5 uit 4. Ik ging samen met mijn ouders en Sandra - die even op bezoek kwamen - weer naar huis met het idee dat ik morgen toch nog wel een keer kon winnen.

Zo werd het zondag. Voor de organisatoren een prachtige voetballoze zondag, wat betekende dat ze tenminste op wat meer volk konden rekenen. De halve B-groep vond het schouwspel van Suarez zaterdagavond interessanter dan hun eigen partij, en namen een zogenoemde bye. Op zondag trof ik eindelijk een keer een volwassene (de vorige vier waren allen jeugdspelers) die ondanks zijn hoge rating nog niet echt in het toernooi zat. Vervelend (!) Helaas pakte mijn Nimzo-Indische verdediging (lees: 1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4) niet uit zoals ik wilde, en ondanks pogingen het er wat gunstiger uit te laten zien, verscheen ook hier een 0 op het scoreformulier. Alweer. Dan maar wat partijen van de meesters bekijken. Die bakten er gelukkig stukken meer van. 1 taaie partij was om 13:00 nog niet afgelopen (na de 1u45m kreeg ieder na zet 40 nog tien minuten + 5 sec per zet vanaf dan), maar de twee internationale meesters besloten in een toren tegen loper en pion eindspel dan toch tot remise. Na ronde 5 was de strijd om de hoofdprijs van 1250 euro echter nog lang niet gestreden; er waren twee mensen met 4 en vijf mensen met 3,5 punt. In de zesde en laatste ronde won de Nederlandssprekende Engelsman Matthew Sadler echter van de dameskampioen van het NK Zhaoqin Peng, en omdat de nummer twee remiseerde had Sadler terecht gewonnen. Terecht, bekijk de partijen maar eens via de site van het toernooi (novacollege.hwphaarlem.nl)

Mijn partij was voor mezelf een stuk interessanter. Mijn tegenstander - tevens naamgenoot - kwam een paar minuten te laat (tactiek?) en misschien werd ik wat overmoedig door zijn nonchalance. Hoewel ik met twee torens en de dame op zijn koningsvleugel wist te komen kon ik weer niet doordrukken. Na een dameruil ontstond er een vervelend en gecompliceerd dubbele toren eindspel. (Zo noemt Fritz het tenminste?) Dit kon alleen maar voordelig voor mij zijn, sinds hij nog 9 minuten op de klok had staan, terwijl ik nog 55 minuten na te denken had. De hoofdvariant van de Caro Kann werd gespeeld (1.e4 c6) waardoor de eerste tien zetten mij minder dan een minuut kostte. In onderstaande stelling. 56?Td3+ is zojuist gespeeld en dit is een verkeerde zet. Tenminste, als ik de juiste voortzetting had gekozen. In mijn mening was de aanval op de damevleugel gevaarlijker, dus ik koos voor 57.Kc2?? Hiermee sneed ik echter de lijn voor mijn koning af, en kon de g-pion met gemak naar de overkant lopen.

En zo eindigde een mooie start in een teleurstellend einde: de 26e plaats met 1,5 uit 6 zal niet het slechtste resultaat ooit zijn, doch wel een vreselijk tik voor mijn schakend vermogen. Het wordt tijd dat ik met zomerschaakvakantie ga. Dit zal niet gebeuren, want onder schuilnaam "Dekker" schaak ik altijd door op www.chess.com . Het was echter een gezellig toernooi, wat ik met zo´n groots affiche niet had verwacht. Met wat minder inschrijfgeld zeker voor herhaling waard. Tot in september, in ieder geval bij de Katerloop!

Bert Hollander
18-08-2010


De columns

Op deze pagina staan de columns geschreven door clubleden van sv Vredeburg.