Best een aardige partij
Maar die van jou is toch minstens even interessant? Niet geheel zonder fouten, maar vol spanning en sensatie. En dan het verhaal er om heen. . .
Trek de stoute schoenen aan en stuur je partij in. Hier klikken om te zien hoe eenvoudig dat kan en anders stuur je gewoon een Word-bestand
De beste partijen van Vredeburgers verzameld.
Je kunt de partijen naspelen door de besturingstoetsen onder het diagram, maar ook door op de zetten te klikken.
Partij van Harold Ebels
Als mid-veertiger en na dertien seizoenen bij SV Vredeburg ken ik mijn plek in het schaakverkeer. Nooit eindigde ik hoger dan de derde plaats, maar ook nooit viel ik buiten de eerste acht. Van alle topspelers heb ik wel eens gewonnen, maar daar staan strakke nederlagen tegenover tegen spelers die nooit bij de eerste acht eindigden. Kortom, wisselvalligheid is toch wel troef. Feitelijk is de tweevoudige winst van de felbegeerde snelschaaktrofee, in 2000 en in 2005 (vóór Koen!), het meest aansprekende resultaat in mijn Vredeburg-jaren. De wisselvalligheid kan niet los gezien worden van de spreekwoordelijke 'drukke baan' en het gezinsleven. Daarnaast moet ik bekennen dat de brandende ambitie er in de loop der tijd ook wel een beetje af is geraakt. Terugkijkend constateer ik dat ik qua schaakresultaat wel erg vroeg gepiekt heb.
Mijn finest chess hour beleefde ik reeds als 17-jarige VWO-scholier. Hoewel ik reeds jong had leren schaken - van mijn moeder, die lid was geweest van een schaakclub - en mijn moeder, jongere broer en ik thuis regelmatig bord en stukken ter hand namen, was ik nooit lid geworden van de schaakclub in Castricum. Eigenlijk had ik nog nooit een 'formele' partij gespeeld op het moment dat bij ons op het Berlingh College (in Beverwijk) een bezoek van de regerend Nederlands kampioen werd aangekondigd. Twee schaakminnende docenten spanden zich ieder jaar in om tijdens de rustdag van het Hoogovens-toernooi één van de grootmeesters te strikken voor een simultaanséance. In de voorafgaande weken hadden we thuis geregeld gespeeld en ik besloot me op te geven voor deelname. Op 20 januari 1983 bezocht Hans Ree de kantine om het tegen 37 tegenstanders, onder wie zes docenten, op te nemen.
Hoe het mogelijk was, is me na al die jaren nog steeds niet helder, maar ik was de enige die Hans Ree wist te verslaan. Op het moment dat de strijd aan de meeste borden nog niet was beslecht, stak Ree - na mijn dertigste zet - zijn hand naar me uit en zei enigszins chagrijnig: "dat heb je goed gedaan, jongen!". Vervolgens boog hij zich naar het bord van mijn buurman om zijn zet te beantwoorden. Ik was verbouwereerd dat het al was afgelopen en besefte pas na de beuken op mijn schouder van de spelers om mij heen, dat ik gewonnen had. Pas één of twee rondjes later had ik de tegenwoordigheid van geest om aan Ree te vragen om mijn notatiebiljet te tekenen. Later die middag stond Ree trouwens nog een remise toe, maar in Berlingh-kringen had ik een bescheiden stukje geschiedenis geschreven. De conrector zocht me op en behandelde me plots met aanzien. Leuke stukjes in de lokale pers en de schoolkrant volgden en Jo Clarijs, toenmalig bestuurder van de Castricumse schaakvereniging, belde op met de vraag hoe het in Godesnaam mogelijk was dat zo'n talent niet was aangesloten bij een vereniging. Toen ik een jaar later - met priemende ogen in de rug van vele docenten en medeleerlingen - in 24 zetten werd geveegd door de Filippijnse grootmeester Torre kon ik weer van de roze wolk en het voetstuk af. Maar het notitiebiljet met handtekening van Hans Ree wordt nog immer gekoesterd in de schoenendoos met concertkaartjes en knipsels.
Na-spelers zullen merken dat de partij aanvankelijk verloopt zoals een 'normale' simultaanpartij van een grootmeester: wit wint een gezonde pion en vervolgens de kwaliteit. Maar op de een of andere manier komt de witte dame na die kwaliteitswinst een beetje buitenspel te staan, terwijl de zwarte dame, na een enkele krachtzet, snel sterker wordt. Zonder dat er nu direct sprake is van een forse blunder (of misschien toch?) kantelt de partij. Laten we het er maar op houden dat er bij een simultaan op 37 borden altijd wel één bord is waar het een beetje tegenzit! Dat was dus mijn bord! Dat heeft natuurlijk wel betekend dat al mijn Vredeburgse schaakresultaten voor eeuwig in de schaduw zullen staan van deze ene overwinning!
De analyse en de commentaren zijn van Fritz.